Angouleme, 24 april 2004

Beste collega's en alle andere belangstellenden,

Weer in een jeugdherberg. Deze kigt op een eiland in de Charente, tegen het centrum van de stad aan. Angouleme is gebouwd op een 70 m. hoge heuvel in de bocht van de rivier de Charente. Je ziet de stad dus al van verre liggen.
De laatste brief die ik heb geschreven was vanuit Tours. Tours is een Noord-Franse stad. Daarna begon voor mij Zuid-Frankrijk. Een totaal andere stijl huizen met van die lage noordromaanse pannendaken.

13 april:
Ik ben vertrokken uit Tours naar St. Catherine de Ferbois. Een mooi dorpje, maar de camping was fermee. Van een winkeljuffrouw kreeg ik de tip dat 1 km. buiten het dorp een kasteeltje lag waarvan de kasteelvrouwe genegen zou zijn pelgrims te huisvesten. Daar ging ik dus heen. Een prachtig park, met daarin een kasteeltje. Ik zocht naar de bel. Het enige wat ik zag was een deur in de zijvleugel van het kasteel met een klok die in een kerktoren niet zou misstaan. Dus ik trek aan die bel. Een gigantisch kabaal. De hond -ieder huis heeft een hond daar- kwam onmiddellijk naar buiten rennen uit een staldeur en blaffen dat kreng. Geen enkele reactie. Nog een keer bellen. Uiteindelijk een kwartier gewacht. Niemand thuis, terwijl de deur open was. Een tegenvaller. Naast de bel zag ik een buitenkraan. Daar heb ik mijn 2 lege PET flessen met water gevuld, die heb ik altijd bij me, voor geval ik wild kamperen moet. Nu dus. Na 2 km. vond ik een strook gras langs een verlaten landweggetje met een heg die me kon beschutten tegen de wind. Daar heb ik mijn tentje opgezet. Camping Sauvage!
Koken gaat best, scheren en wassen ook nog wel. Maar je sokken wassen gaat niet.

14 April:
Goed geslapen en door niemand gestoord. Vandaag een mooie route langs de Vienne. Tegen 17.00 uur loop ik Dange-St.-Romain binnen. De camping is weer dicht. In de supermarkt koop ik eten en laat mijn flessen maar weer vullen. Ik loop alvast richting Ingrandes. Ergens halverwege ligt een weiland beschut door een rij bomen en een aarden wal. Tussen de koeienvlaaien vind ik een plekje voor mijn tent.

15 April:
Ik sta op om 06.45 uur. Dan is het net licht genoeg om wat te kunnen zien. Het is erg koud, de bevroren rijp ligt over mijn tent. Ik ontdek bij het inpakken van mijn rugzak, dat de rechterschouderband is ingescheurd, bij de aanhechting van het rugpand. Ik hoop dat ie het nog even uithoudt. Voordat ik ga ontbijten loop ik 3 kwartier om warm te worden. Dan ben ik in Ingrandes waar ik eet in het park en vervolgens koffie ga drinken in een Tabak om echt warm te worden. Vandaag loop ik naar St. Cyr. De route loopt door prachtige bossen. Rond 17.15 uur kom ik aan bij een groot meer met een prachtig uitzicht. De camping is open. De receptionist spreekt Nederlands! Er is een kantine. Ik sta op een plek langs het water en terwijl de zon boven het meer ondergaat en de laatste zeilbootjes naar het jachthaventje terug gaan, zit ik te genieten van een biertje op het terras van de kantine. Dat is geluk!

16 April:
Vandaag naar Poitiers. De hele route is er een druk autoverkeer en  grote borden die verwijzen naar  Futuroscope dat hier vlak bij ligt. Poitiers heeft een echt Zuid-Europese uitstraling. Ik moet de hele stad door naar de jeugdherberg. Een kleine 5 km. extra lopen. Iets te vroeg kom ik aan. Pas om 17.00 uur gaat de receptie open. In de herberg is een hoop twijfelachtig volk, dronken mannen en donkere zigeunertypen. Deze keer slaap ik samen met een Fransman van 32 jaar op een kamer. Hij heet Thierry en komt uit Toulouse. Hij werkt als hij geld nodig heeft en voor de rest trekt hij rond, liftend door heel Frankrijk. Een vrijbuiter, maar heel aardig. De hele avond heb ik zitten praten over van alles en nog wat.

17 April:
Eerst mijn was gedaan in een soort wasserette vlakbij de herberg. Een heel gesprek met de daar werkende dames over St. Jacques en over mijn gezin gehouden. De rest van de dag heb ik de toerist uitgehangen. 's Avonds t.v. gekeken in de recreatiezaal. Het is heel druk met groepen jongeren die naar Futuroscope gaan.

18 April:
Ik zit nog steeds in de herberg. Het weer is verschrikkelijk. Dat belooft wat voor morgen.

19 April:
De hele dag gelopen met regen en wind. Tegen 16.00 uur loop ik Gencay binnen. In de Office de Tourisme zit een heel aardige meneer op leeftijd. Aan hem vraag ik om een stempel voor mijn paspoort en gelijk naar een plek om mijn tent neer te zetten. “In dit weer?”, vraagt deman. Nou hij wist wel een plekje. Midden in het stadje ligt een ruïne van een kasteel uit de 12e eeuw, met en grasveldje. Er naast een lagere school waar de moeders verbaasd staan te kijken naar mijn bivak. Gelijk vraag ik water in de school. Als ik gegeten heb, kom de meneer van de Office de Tourisme langs. Hij vraagt of ik soms zin heb om in het kasteel rond te kijken. Nou, dat wil ik wel. De meneer glimt van genoegen. Die ruïne is min of meer zijn hobby. Hij laat me echt alles zien, tot de kelders aan toe. De meneer is gepensioneerd politiebeambte uit Parijs en doet hier vrijwilligerswerk. Wanneer we weer buiten staan, biedt hij een plekje binnen het kasteel aan voor mijn tent, uit de wind. Maar ik ben al blij dat ik alles op orde heb.

20 april:
Het heeft de hele nacht heftig geregend en gewaaid. 's Morgens is het droog als ik pak. Na een uurtje lopen, begint het weer te regenen. Mijn lunch eet ik in een bushokje op het plein van Chateau-Garnier. Tegen 16.30 uur ben ik in Charroux. Bij de Mairie een stempel gehaald. De camping is dicht, maar er naast aan de rivier de Charente was een “aire naturelle”. Geen toilet of water, maar een grasveld beschut tegen de wind. Water gehaald bij een garage even terug langs de weg. Het is gelukkig droog, dus ik kan buiten koken.

21 april:
Om 06.30 uur opgestaan. Het wordt een prachtige dag. Ik moet mijn jas uit doen en zonnebrand op mijn armen smeren. In Nanteuil-en-Vallee stop ik. Van de Mairie mag ik mijn tent bij het voetbalveld zetten, naast de begraafplaats. Daar is ook een kraan voor water.

22 april:
Ik word wakker met regen. Ik heb alles in de tent moeten doen. Gelukkig kan ik  mijn rugzak even kwijt onder een houten afdakje naast het veld, terwijl ik mijn tent afbreek. Bij St. Gourgon loop ik 6 km. om, maar voor de rest gaat het prima. Rond 16.15 uur in Coulgens. De Mairie is dicht, maar er is een winkeltje met eten open. De mevrouw daar zegt dat er naast het voetbalveld nog wel een plekje is. Inderdaad, daar is een picknickweide naast de kleedkamers waar zelfs een kraantje open is. Er staan ook nog banken om op te zitten en het is inmiddels droog geworden. Na het koken en afwassen loop ik nog even door het dorpje. Ze hebben hier nog gemeenschappelijke broodovens, prachtig.

23 april:
Weer een mooie dag. Zelfs op korte broek gelopen. Bij de Brie kom ik twee fietsende Nederlanders tegen uit Apeldoorn, die ook naar Compostela gaan. Het is hier best heuvelachtig met venijnige steile klimmetjes. Rond 15.30 uur stap ik de jeugdherberg in waar ik dit schrijf. Er slapen twee mannen samen met mij op mijn kamer. Een Fransman uit Marseille die in de weg- en waterbouw zit en vol trots foto's laat zien van de enorme graafmachines die hij bedient en een Congolees die hier stage loopt.
Hier wil ik twee nachten slapen en dan op naar Bordeaux.

Met vriendelijke groeten,

Kees Tol.

Het volgende fotorolletje komt er aan