11-04-04 Tours

Beste collega's en alle andere belangstellenden

Het is 11.45 uur, 1e Paasdag. Ik logeer nu tot en met 2e Paasdag in de Auberge de la Jeunesse in Tours.
Hier is dat een flatgebouw van 4 verdiepingen. Er kunnen meer dan 200 mensen slapen. Het kost €16,50 per nacht inclusief ontbijt. De herberg zit helemaal vol met Pasen.
Gisteren heb ik 40 km gelopen om hier de komen, best en hele tippel met rugzak. Hier de eerste wijngaarden die ik gezien heb tot nu toe.
Allemaal Vauvray wijn. Tours  is best een drukke stad. Veel winkelstraten en heel druk. Prachtig aan de Loire gelegen.
De laatste keer dat ik geschreven heb was in Lamorlaye. Sindsdien ben ik twee voor mij markante rivieren overgestoken: de Seine en de Loire.
In 10 dagen tot hier geen druppel regen gehad onderweg. Wel 's nachts. Zo  gemakkelijk ik hiervoor camping vond, zo moeilijk was het nu.
Het zijn bijna allemaal campings Municipal. Drie waren inmiddels opgeheven en drie waren nog niet te vermurwen, terwijl ik in principe alleen maar een stukje gras nodig heb en 2 PET flessen koud water.
Dit betekende dat ik steeds uren extra moest lopen om toch nog een andere camping de vinden, of ik had geluk zoals in Conde sut Vesgre: daar moest ik om 17.30 uur nog even 4 km van de route af voor een camping en dan meestal heuvel op.
Net 10 minuten aan het lopen toen er en wart bouwvallig renaultje voor mij aan de kant van de weg stopte. Een man met en woest zwart-grijs haar inclusief baard vraagt: ,, camping”? Ik zeg,, Qui.” Hij gebaart: instappen.
Ik stap in en 10 minuten later word ik afgeleverd op de camping. Blijkt die man toch de baas van die zelfde camping te zijn!
De dag daarna in Maintenon weer geen camping (al jaren gesloten de juffrouw van het bureau de tourisme) wel 5 km terug naar het noorden. Hoor me goed: terug! Dat is een dubbele domper. Ook nog eens een vreselijke klim want die campings liggen hier altijd op een heuvel lijkt wel. Ben ik bijna boven, rijdt er een mevrouw van 50 jaar langzaam voorbij in alweer, een klein zwart Renaultje. (Het geluk rijdt niet in een Mercedes.) Even later stopt ze en vraagt of ik een pelgrim ben. Ik zeg ja. Ze vraagt of ik al en slaapplaats heb. Ik zeg misschien maar niet zeker. Ik kan bij haar slapen. Ze heeft een huis in Le Boullay-Thierry, let wel 15 km noordelijk.
Omdat ze heel vriendelijk is en een echt bed heel aanlokkelijk is ga ik mee. Een prachtig huis. Er zijn nog twee oudere echtparen van rond de 80. De ouders van Patricia ( die mevrouw) en een bevriend echtpaar. Ze spreken ook nog een engels.
Zitten we gezellig in de huiskamer rond de openhaard met thee, appeltaart, een glas wijn etc.
Een heel gesprek want de twee oudere heren hebben en avontuurlijk verleden. Ze zijn beiden gewezen marine officieren. In de oorlog naar Spanje gevlucht voor de Duitsers daar in de gevangenis gezeten en toen verder gevlucht naar Marokko, alwaar ze dienst genomen hebben in het vrije franse leger van General de Ganlle.de dames zijn ook erg aardig en zorgen voor een uitgebreid diner. Vervolgens blijkt Patricia lid van l' association de St. Jacques in Chartres. Ze belt wel even op voor me, want in Chartres ( mij volgende rustplaats) zit ook een Nederlander die lid is van die Jacobsvereniging. Het is binnen 5 minuten geregeld. In Chartres is een slaapgelegenheid naast de kathedraal (die beroemde weet je wel) voor pelgrims.
De volgende dag loop ik naar Chartres. De kathedraal ligt op het hoogste punt van de stad. Al van 15 km afstand zie je het gebouw majestueus oprijzen boven de heuvels. In Chartres naar m'n slaapplaats gelopen. Gebeld naar Frank, die Nederlander, die komt de sleutel brengen en neemt ook nog eens mijn vuile was mee. Frank is en heel aardige man, een Limburger, die via zijn werk in Chartres terechtgekomen is. Hij regelt een nieuw pelgrimspaspoort, de oude zit bijna vol.
Frank spreekt met mij af me de volgende dag (Palmpasen) rond te leiden door de kathedraal. In de slaapzaal slapen nog 2 andere Nederlanders: Sjaak en Riet de Groot uit Ursem. Ze zijn op de fiets op weg naar Compostela. Het zijn pelgrimveteranen want ze zijn ook al eens naar Rome gefietst. We drinken samen nog samen nog wat in en café. De volgende dag fietsen ze weer verder richting Tours.
De volgende dag, Palmpasen, is een bijzondere dag in Chartres, want dan vindt de jaarlijkse bedevaart van studenten plaats. Duizenden jongeren lopen van Parijs naar Chartres. Vervolgens lopen ze met Palmpasen om de kathedraal met palmtakken en levensgrote kruisen. In de kathedraal en mis van 2 uur met de kardinaal. Daardoor kon Frank me niet de hele kerk van binnen laten zien. Maar desalniettemin toch een rondleiding van 3 uur!heel interessant.
De kathedraal is een web van ramen en beelden die samen een bouwwerk van verhalen en symbolische betekenissen vormen. Het is een groot stripverhaal.
De twee daaropvolgende dagen tref ik het met twee goede campings inclusief recreatieruimte waar ik bijv. Monaco-Real Madrid heb gezien.
Ik Meree laten ze je eerst 3 km door de hele stad lopen om vervolgens een verlaten camping de vinden zonder een kraan. Verderop in Freteval is wel een camping aan de Loir (zonder,e') Als is daar op 19.00 uur aankom rijdt net de beheerster weg naar huis, maar gelukkig ziet ze me lopen. Er zijn warme douches vertelt ze me. Ik loop naar het toiletgebouw en stap nietsvermoedend naar binnen. Een onvoorstelbare troep. Op letterlijk alle richels en platte oppervlakken staat rommel: een klein koffiezetapparaatje, scheerspullen, eten, pannen. Aan de muren en over de deuren hangen overal kledingstukken en middenin de ruimte staat een verwilderd type in z'n ondergoed de was te doen en eten te koken. De vloer is één modderpoel. Het verwilderde type is dus ook een trekker, die even verderop met z'n tentje staat. Hij mompelt een excuus. Ik ga maar even discreet terug naar m'n tent. Na een uur ga ik toch maar weer een douchepoging wagen. De rommel is min of meer weg, maar de modderpoel is gebleven. Met wat kunstgrepen heb ik toch gedouched. De camping is trouwens een soort park middenin de stad met een ruïne ernaast. 's Nachts moest ik even m'n tent uit en stond de volle maan half achter de ruïne aan de lucht. Onwezenlijk mooi. Verder naar Vendome drink ik koffie in een tabac annex bar. De baar achter de tap ziet meteen mijn Jakobsschelp. Hij begint enthousiast te vertellen dat hij even verderop een pelgrimsherberg wil beginnen in een grot. Of ik dat niet even doorgeven kan aan de Jacobs vereniging in Nederland. Daar één uur gezellig gepraat ook met de andere gasten in de bar. Verder gelopen naar de camping in het zuiden van de stad op aanwijzing van de kroegbaas. Dicht, fermée, de beheerder wil er niet van weten. Dus naar de office de tourisme  in de stad. Daar weten ze wel een “foyer de jeune” voor   12,50 per nacht inclusief ontbijt. Die is weer in het noorden van de stad. het is een verblijf voor jongeren die tijdelijk werken of studeren in de stad, maar voor een pelgrim is nog wel plaats. De volgende slaapplek is Chateau Renault. Een heel gezellig stadje maar… camping fermée. Gezocht naar Chambres de hotes (B & B) maar die zaten allemaal dicht voor de Pasen. Twee uur rondgelopen uiteindelijk krijg ik van een juffrouw achter de bar in het centrum de tip voor een goedkoop hotelletje. Dat heb ik maar gedaan. Voor de jeugdherberg in Tours heb ik
's ochtends meteen gebeld om te reserveren. Met Pasen in Frankrijk geen slaapplaats, dat zal me niet gebeuren.

Tot zover mijn verslag

Met vriendelijke groet,

Kees Tol