Santiago 14 juni 2004

Beste collega's, kinderen en andere lezers,

Eindelijk in Santiago. Op 12 juni om 11.30 uur ben ik de stad binnengelopen. Het is heel vreemd dat je er eindelijk bent na zo'n 2400 km. gelopen te hebben. Ik had er geen speciaal gevoel bij. Pas nu dat ik er een paar dagen ben en op een terras zittend aan de koffie, kijk naar de stroom pelgrims die er ieder uur van de dag binnenlopen, begin ik te genieten van het idee: dat heb ik toch maar even gedaan.
Toen ik binnenkwam bij de beroemde kathedraal ben ik er eerst helemaal rond om gelopen, Maar nog niet naar binnen door de  heilige deur. Dat heb ik bewaard tot het moment, dat Jose, mijn vrouw, er ook was. Ik had met haar afgesproken dat ze op 12 juni in Compostela zou zijn om samen de kathedraal binnen te gaan. Wel ben ik gelijk naar het bureau voor pelgrims gelopen waar je je Compostela kunt halen. Je komt er binnen, moet een trap op en dan staat er een hele lange rij pelgrims. Er kunnen maar 6 pelgrims tegelijk naar binnen. Achter een balie zitten 6 vriendelijke jonge dames die eerst je pelgrimspaspoort nauwkeurig bestuderen. Pelgrims moeten minimaal de laatste 100 km gelopen of 200 km. gefietst hebben. Per dag moet je een stempel halen in een refugio, kerk of bar.
De dames achter de balie vragen zelfs je echte paspoort om te kijken of je wel bent wie je zegt dat je bent. Ook moet je een reden opgeven waarom je de tocht hebt ondernomen. Religieus, sportief, spiritueel of anders.
Dan wordt je naam opgezocht in een dik boek. Want het moet in het Latijns op je Compostela. Die van mij komt van Cornelis, dat is een relatief gemakkelijke naam. Maar van sommige andere namen kunnen ze niets vinden en dan kiezen ze iets wat er in de  verte op lijkt, soms met een hilarisch resultaat. Ze vragen ook welke pelgrimsmis je bezoekt. Daar wordt namelijk iedere pelgrim in de misintenties opgenomen.
Naast het bureau voor pelgrims zitten allerlei souvenierswinkel waar je je Compostela meteen kan laten plastificeren. Ik koop een kartonnen koker om hem netjes te kunnen meenemen. Mijn medepelgrims, met wie ik al die tijs samen hebt gelopen, gan eerst een refugio zoeken. Ze hebben besloten om samen met mij Jose te gaan begroeten. Jose is er nog niet, dus ga ik met ze mee. Een gigantische refugio. Er kunnen wel 300 mensen slapen. Je mag er maar 1 nacht slapen. De volgende morgen moet je om 10.00 vertrekken. Als je er nog een nacht wilt blijven slapen, kun je je om 11.00 uur weer opnieuw inschrijven. Maar je mag je rugzak niet laten staan. Lastig.
Om 14.15 uur ontvang ik een sms-bericht van Jose dat ze bij de kathedraal staat. Samen met Bert, Ben, Jaap en Theo ga ik Jose begroeten. Ze hangen ook hun rugzak weer op voor het juiste sfeertje. Pas als ik Jose weer zie is de tocht echt afgesloten. Geweldig dat ze mee hier komt ophalen. Mijn medepelgrims zijn best wel jaloers.
Nu gaan we samen de kerk in. Eerst in een lange rij voor de buste van het Jacobsbeeld. Daarvoor moet je een trap op en dan kun je het beeld van de achterkant omhelzen.
Daarna door de Porta del Gloria. Daar staat een pilaar waar je je hand op kan leggen. Die hand is er uitgesleten door miljoenen voorgangers.
Zondag 13 juni gaan we samen naar de pelgrimsmis om 12.00 uur. Al om 10.30 uur ben ik een mooi plekje in de kerk gaan zoeken want het is er heel druk.
Voor de mis begint oefent een pater 2 a 3 liederen met ons, zodat we mee kunnen zingen. Al meteen aan het begin worden alle aangekomen pelgrims genoemd. “Vijf pelgrims uit Holland”, zegt de priester. Dat zijn wij dus. Geweldig. Om het altaar heen staan allemaal functionarissen, die de ceremonie in goede banen leiden. Als de priesters, het zijn er wel 8, de communie uitdelen, lopen er mensen mee die een blauw-wit gekleurde paraplu boven hen vasthouden, zodat de kerkgangers kunnen zien waar ze heen moeten lopen.
Helemaal op het laatst zwaait het beroemde wierookvat door de kerk. Ze maken ze een hele show van. Als het wierookvat weer stil hangt, applaudiseren alle mensen in de kerk.
Ons pelgrimsgenootschap gaat nu uit elkaar. Bert loopt verder naar Finisterra, vroeger dacht men dat daar het eind van de wereld was. Theo en Jaap pakken de trein naar Frankrijk, daar heeft Theo zijn auto laten staan in St.-Jean-Pied-de-Port. Ben gaat een dag later met de trein naar Nederland terug. En ik blijf hier nog een paar dagen in een hotel met Jose.
Het is raar dat het zomaar is afgelopen. Maar ieder heeft een voldaan gevoel. Alleen Bert is nog niet klaar. Na Finisterra loopt hij helemaal terug naar Nederland. Hij vindt dat je heen en terug moet lopen voor het juiste pelgrimsgevoel.
We hebben het onderweg vaak gehad over dat gevoel. Wat is nu het wezen van de Camino? Waar gaat het om? Een Duitse dominee in St. Martin bracht het zo onder woorden: hij vergeleek het met het Pinkstergevoel. Op de camino lopen mensen uit allerlei landen, van allerlei leeftijden, die elkaar soms nauwelijks verstaan. Maar iedereen loopt daar met een doel. Of je nu langzaam of snel loopt, je komt elke dag allemaal weer in dezelfde refugio aan. Daar leg je je rugzak af en je weet dat iedereen daar hetzelfde is. Er is niemand die steelt of boos is. Iedereen vertrouwt elkaar.
In zo'n refugio en ook onderweg kom je alleen aardige goede mensen tegen. Ook zonder te praten versta je elkaar. Het is een voorafspiegeling van hoe de mensheid zou kunnen zijn. Je komt terug als een ander mens. Een Engelse professor in ruste die daar ook was, zei dat de camino “a journey of the mind” was.
Als je alleen loopt voor lange tijd ben je noodgedwongen stil. Maar je innerlijke stemmen, alle gevoelens en gedachten, die je bij je draagt komen dan pas naar buiten. Om die tot stilte en tot rust te brengen, dat is veel moeilijker en daar draait het in de camino om.
Pas als je innerlijk ook stil bent, heb je je doel bereikt. Daarom ben ik blij dat ik eerst helemaal alleen door Belgie en Frankrijk ben gelopen. Dan heb je echt de tijd om stil te worden.

Mijn laatste brief kwam uit Leon. Na Leon wordt de route mooier.

31 mei
Buiten Leon zie je de bergketen al liggen waar het hoogste punt van de camino op je wacht. Hoger nog dan de Pyreneeën. Het is nog steeds prachtig weer. Het is 26 km. naar St. Martin. Theo loopt met een kniebandage en een sinasappelschil in zijn schoen. Hij heeft het best moeilijk. Bert gaat voor de tweede keer door zijn enkel. Met pijnstillers kan hij verder lopen. In St. Martin is er een prachtige refugio met een keuken en een drankenautomaat. De hospitalero heeft er een eigen handeltje bij in zijn kantoor. Je kunt er levensmiddelen kopen. We koken zelf. In de avond worden we door een groep Duitse pelgrims uitgenodigd voor een pinksteroverdenking. Een Beierse vrouw speelt liedjes op de blokfluit en iedereen zingt zo'n beetje mee. Een heel bijzonder sfeertje!

1 juni
Vandaag naar Astorga. Het is heuvelachtig en ook prachtig weer. Onderweg komen we langs Hospital de Orbigo. Daar ligt een authentiek toernooiveld. Ieder jaar houden ze daar een nagespeeld riddersteekspel. Iedereen loopt dan met middeleeuwse kleren. In Astorga is er markt. Daardoor missen we de gele pijlen naar de plaatselijk refugio. Na 2 uur rond gedwaald te hebben en 3 keer een andere kant opgestuurd te zijn door Spaanse mensen, vinden we eindelijk naast de kathedraal een mooie refugio in een gerestaureerd middeleeuws pand. Naast de kathedraal staat het bisschoppelijk paleis, gebouwd door de beroemde architect Gaudi. Hierin zit een pelgrimsmuseum dat helemaal niets bevat over pelgrims. Vreemd. Alleen moderne kunst. Het gebouw op zich is wel mooi om te bekijken.
's Avonds eten we in een Spaans restaurant. Als je daar binnenkomt staat er altijd een televisie aan, keihard. Het kost veel moeite om duidelijk te maken dat het ding uit mag.

2 juni
De etappe naar Rabanal del Camino. Prachtig berglandschap met bloeiende brem en lavendel. De bermen staan volledig in bloei met allerlei kruiden. Om 19.00 uur vespers in de kloosterkerk . Hier zitten jonge benedictijnenmonniken die als doelstelling hebben de cammino een wat geestelijker inhoud te geven voor de pelgrims die langskomen. De refigio heeft hier een bar. Tot 20.00 uur schenken ze geen bier tot de vespers afgelopen zijn.

3 juni
Vandaag letterlijk een hoogtepunt. Cruz de Ferro. Klimmen tot 1504 meter landschappelijk vind ik dit de allermooiste etappe van de cammino. Bovenop staat het beroemde kruis waar iedereen iets achterlaat. Meestal een steen meegenomen van thuis. Ben heeft een schilfer baksteen van zijn huis afgebikt om op de hoop de gooien. Iedereen klimt op de hoop voor een foto. Even na het kruis ligt een verlaten bergdorp Manjarin. Daar heeft een hippiegroepering een herberg. Als je langskomt luiden ze een bel. Binnen krijg je gratis een kop koffie met een koekje. De hippies lopen met een wit laken om waarop een groot rood kruis is geverft. Ze willen hier de oude traditie van de Middeleeuwse tempeliers doen herleven. Die  tempeliers stelden zich tot doel pelgrims te beschermen en onderdak te bieden. De herberg is opgebouwd uit gevonden materiaal en hangt met touwtjes en rotzooi aan elkaar. Maar het sfeertje is heel gemoedelijk en een bijzondere belevenis. Ik slaap in Molinaseca.

4 juni
Op naar Villafranca. Daar staat een stokoude kerk met de beroemde Puerta del Perdón. Als een pelgrim vroeger echt niet meer verder kon, kreeg hij hier de absolutie. Hier gebeurde een klein wonder. Als het geen wonder was, was het op zijn minst heel wonderlijk. Bert kon de laatste 10 kilometer bijna niet meer lopen, omdat zijn enkel helemaal kapot was. Bovendien kreeg hij ook nog blaren. In Villafranca moest hij op bed blijven liggen. Wij deden allemaal boodschappen. Hij kon echt niet meer. iedereen dacht dat Bert hier zijn toch zou afbreken. De dag erna waren we al op zoek naar een dokter. Maar wonder boven wonder ging het de volgende dag veel beter. Hij voelde zijn enkel wel, maar het lopen ging goed. Blijkbaar vond iemand boven dat Bert zijn tocht mocht afmaken.

5 juni
Vandaag de zwaarste etappe van de cammino. Een hoogteverschil van 700 meter naar O Cebreiro op het heetst van de dag. Onderweg zie ik mensen die op hun tandvlees, strompelend, hinkend en puffend in de hitte van 40 graden naar boven gaan. Echt heel zwaar. In ben pas om 14.30 uur in de refugio. Onderweg steken we de grens over naar Galicie. Nu nog 150 kilometer naar Santiago.
Het karakter van de camino verandert drastisch. Er komen nu duizenden Spanjaarden op de weg die alleen het laatste stukje lopen. De refugio zit al om 11.00 uur in de ochtend vol.

6 juni
Iedereen vertrekt al om 05.00 uur in de morgen om op tijd bij de volgende refugio te komen. Om de 500 meter staat er een stenen paal langs de weg met de afstand tot Santiago. Om 12.00 uur komen we aan in Triacastela. Er staat al een rij rugzakken. Pas om 13.00 uur mogen we naar binnen

7 juni
Om 5.30 opgestaan. In Sarria een schoenmaker opgezocht. De schoenzolen van Jaap waren versleten. We waren pas om 16.30 uur in Ferreros. De refugio zat al vol. Gelukkig heb ik mijn slaapmatje nog. Ik slaap op twee aan een gesloten tafels. Bert slaapt eronder en Ben ernaast. Theo en Jaap gaan in een hotel. Er lopen nu ook busladingen toeristen op de weg die de sfeer willen proeven zonder bagage.

8 juni
Weer heel vroeg weg. Nu is het einddoel Eirexe. Nog minder dan 100 kilometer. Het landschap lijkt op Wales. Beneden in de dalen hangt de hele ochtend nevel. We hebben geluk dat het weer, want het regent meestal in Galicie. Om 13.00 uur komen we aan. De refugio zit weer vol. We moeten slapen op de vloer op onze eigen matjes in de keuken.

9 juni
om 04.30 uur klossen er bergschoen langs mijn hoofd. Een paar Fransen willen thee zetten in de keuken voor ze vertrekken. Het voordeel is dat we zelf ook vroeg vertrekken. Het landschap lijkt nu op Zuid-Limburg met holle wegen. We zijn om 12.00 uur in melide. Net op tijd voor een bed. De meeste Spanjaarden lopen te strompelen door blaren en blessures omdat ze de laatste 100 kilometer ongeoefend beginnen. Een dokter met een verpleegster houden spreekuur in de refugio.

10 juni
naar Arzúa. De hele dag lopen we door Eucalyptusbossen. Er hangt een typische geur. Een beetje een oerwoudsfeertje. Om 11.00 uur zijn we al in Arzúa. Nu al een rij van 10 meter. We hebben nog net een bed. Jaap heeft last van blaren, omdat hij nieuwe hakken onder zijn schoenen heeft laten zetten. Bert loop al beter. Dat moet ook, want hij wil ook nog terug naar Nederland lopen.

11 juni
Voorlaatste etappe. We lopen door mistige bossen. Een sprookjesachtig effect. Soms moeten we een beek met stapstenen oversteken. Prachtige dorpjes met oeroude stenen muren en daken, overwoekerd met klimplanten. Om 14.45 uur in Pedrouzo. Bij de refugio staan al 10 Spanjaarden te wachten. Na 2 uur is de rij wachtende aangegroeid tot 50 meter. Klokslag 13 uur kunnen we naar binnen. Het is nog maar 18 kilometer naar Santiago.

12 juni
Op naar Santiago. Eerst naar Monte de Gozo vanwaar je voor het eerst de stad kunt zien. Onderweg passeren we Lavacolla waar vroeger de pelgrims zichzelf wasten voordat ze Santiago binnenkwamen. Lavacolla betekent: het wassen van je kruis, dat zeggen ze tenminste. Ik vond het wel een leuk verhaal. Om 11.30 uur eindelijk bij de Kathedraal.


Met vriendelijke groeten, Kees Tol