Pamplona 14 mei 2004
Beste collega's, en andere lezers.
In Spanje aangekomen is alles totaal anders. Niet meer langs de weg, maar over kleine paadjes door bossen, dalen over bergen en hele mooie pittoreske plaatjes. De weg is goed aangegeven. Niet meer alleen, maar met grote groepen Pelgrims overal vandaan. Uit Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, Finland, Zweden, Canada, Brazilië en ben ik al mensen tegen gekomen. Spanje is ook goedkoper dan Frankrijk. Zeker 25%. Van Dax in Frankrijk ben ik naar Carresse gelopen op 8 mei. 8 mei is de bevrijdingsdag van Frankrijk en dat betekent dat veel winkels dicht zitten. Het regent. Ik kan m'n brood eten onder een uitstekend dak van een fabriek langs de we. 's Middags komt de zon weer af en toe. Om 17.00 in Carresse. Het stadhuis zit dicht, maar ik vind de burgemeester in het huis ernaast. Hij vindt eigenlijk dat ik beter 8 km terug kan lopen naar een klooster, want kamperen in dit weer is niks. Maar na enig aandringen vindt hij het goed dat ik mijn tent op het sportcomplex neerzet naast de salle de fête een voetbalveld en een pelote baan (een hoge muur waar ze ballen tegen aan zwiepen) Pelote is dé sport hier. Er is een kraam open. Ik heb net alles opgezet als de burgemeester terug komt. Hij heeft een andere slaap;aat in een loods. Dat is onder dak en in ieder geval blijft m'n tent dan droog en slaap ik uit de wind. Dus alles weer ingepakt. Mijn brander is nu gevuld met petroleum. Dat is iet anders dan benzine. Het loeft verschrikkelijk, mijn pannetjes is pikzwart, maar het brandt iets rustiger, dus de macaroni kookt niet steeds over.
9 mei
Om 5.00 uur wakker. Een hoop volk uit het dorp is aan het kokkerellen in de salle de fête. 7.00 op weg. Gaandeweg zie ik echte bergen in de verte met sneeuw erop.het weer is mooi zonnig. In St. Palais besluit ik om 15.00 een camping te zoeken. Die is naast het rugbijveld van de plaatselijke club, De camping is niet open maar de slagboom staat omhoog. Bij de kleedkamers van het rugbijveld is een kraan, dus heb ik daar toch maar m'n tent opgezet. De gendarme komt wel 3x langsrijden, maar ze zeggen er niets van. Er hangen een hoop jongeren rond met crossfietsen en skateboards. Misschien dat de gendarme daarom zo vaak komt kijken. Ik durf niet naar de stad te gaan en mijn tent alleen te laten. Om 19.30 en verrassing. Het rugbyteam komt thuis van een uit wedstrijd. Eerst een bus vol jonge mannen en dan een hoop auto's die toeterend het parkeerterrein op komen scheuren. De kantine wordt geopend. Iedereen moest eerst even plassen tegen de heg achter mijn tent. Ze heffen met z'n allen luidkeels het club lied aan. Binnen 1 uur is iedereen dronken. Na 22.00 gaat iedereen weer naar huis. Een auto vol met jongens gaat eerst nog even de rally van Parijs naar Dakar overdoen op het campingterrein. En dan is het stil.k
10 mei
Om 6.00 uur wakker. Het heeft de hele nacht geregend. Ik wil zo vroeg mogelijk in de St. Jean-Pied-de Port zijn om in de refuge te kunnen. Daarom ruim ik alles op in het donker. De camping is één modderpoel geworden. Gelukkig kan ik de spullen droog onder een afdak zetten.
Om 7.00 bij de bakker en al lopende door St. Palais ontdek ik bij de kerk een refuge voor pelgrims, had ik dat maar eerder geweten. Het is droop, maar de bergtoppen kun je niet izen door nevel en laaghangende bewolking. De mensen zijn klein en gedrongen. De mannen hebben allemaal een alpinopet op. Je kan ze niet verstaan. Ze spreken Baskisch. De plaatsnamen zijn ook tweetalig weergegeven op de verkeersborden. Alle huizen zijn keurig netjes onderhouden. In een café waar ik binnenloop voor koffie is alles geboend en het hout glimt tegen je op. De omgeving is heel mooi, alleen zie ik er niets van door de wolken. Om 16.00 kom ik aan in St. Jean-Pied-de-Port. Het is een heel toeristische plaatsje. Er is maar èèn hoofdstraat waar alles te doen is: de Rue de Citadel. Op nr. 40 heeft een Nederlandse echtpaar een refuge ingericht. Het zijn Huberta Wiertsema en Arno Cuppen. Ze werken 's winters in Nederland en de rest van de tijd wonen ze in Frankrijk. Ze maken het verblijft zeer aangenaam. Voor 21 euro per nacht kun je slapen, ontbijten en lunchen. Er lopen echt hordes pelgrims. De eerste nacht slaap ik met 2 Zweedse dames op een kamer. De tweede nacht op zolder, zo onder het pannen dak.
11 mei
Rustdag. Ik was al mijn kleren en maak een postpakket met mijn tent, brander en thermosfles en nog wat dingetjes. Die stuur ik terug naar Nederland. Vanaf nu slaap ik in refuges.
12 mei
7.45 uur vertrokken. Ik ga niet langs de Napoleonroute op aanraden van Huberta en Arno. Dat is de mooiste weg naar Roncevalles. Daar ligt sneeuw en hangt teveel minst. Gevaarlijk dus. Een paar dagen geleden ia er een fietser verdwaald in de mist en omgekomen door onderkoeling en uitputting.
Na 1 en half uur door de modder gelopen te hebben, blijk ik een rondje terug naar St. Jean te hebben gemaakt. Dat was stevig balen. Dan maar langs de autoweg. Om 16.00 ben ik op Col de Ibagneta, op ruim 1000 mtr. hoogte het hoogste punt van deze route. Om 16.15 in Roncevalles. Daar moet je,je eerst melden bij het bureau voor pelgrims. Een grote zaal vol pelgrims die allemaal een slaapplekje hebben willen en een stempel. Daarnaast is een groot middeleeuwse gebouw vol met stapelbedden. Je krijt een bed nummer toegewezen. Alle schoenen moesten uit bij de deur. In de rij voor de douche. Daarna gelijk reserveren voor een pelgrimsmaaltijd à 7 euro in het restaurant. De refuge kost 5 euro. Het wordt nu echt gezellig, want je komt steeds dezelfde mensen tegen. Er ontstaat een soort groepsgevoel. Om 20.00 een speciale mis voor pelgrims met daarna de pelgrimszegen. Heel indrukwekkend. Wel 150 pelgrims voor het altaar uit alle windstreken. Om 22.00 gaan de lichten radicaal uit in de slaapzaal. Het is aardedonker, maar je hoort overal om je heen geritsel, gekuch, gesnurk. Sommige pelgrims lopen op hun tenen door de zaal met zaklampen verblinden je met het licht.
13 mei
De lichten gaan stipt aan om 6.00. Om 8.00 uur moet iedereen weg zijn . Het is goed wandelweer. Om 7.00 uur zit ik op de route. Het is schrikbarend.
De modder ligt kilometers lang enkelhoog. Het pad loopt aan alle kanten schuin met kuilen. Tot overmaat van ramp glijd ik uit op een schuin stuk. Ik rol op mijn ellebogen onder de modder. Mijn broek zit onder een plakkaat van derrie en met rugzak ook. Bij een beekje spoel ik mijn jas af en mijn handen. Met een sponsje dep ik mijn rugzak een beetje schoon, zodat ik hem weer kan dragen. Daarna loop ik verder met twee Duitse dominees in ruste. Om 15.30 ben ik aangekomen in Larrasoaina. De refuge daar zit in het oude stadhuis en de burgemeester zelf regelt de slaapplaatsen. Het is zo druk dat ik op een matras op de vloer moest slapen. Zes bedden naast elkaar op de vloer. Mannen, vrouwen alles door elkaar heen. Iedereen is buiten op het terras de modder van de schoenen en kleren af te spoelen. Iedereen op ondergoed in de zon. Gegeten in het restaurant voor 10 euro.
14 mei
Vandaag een korte etappe naar Pamplona. Al om 6.00 uur loop ik op de weg zodat ik lekker vroeg in de stad ben. Om 10.30 uur sta ik voor het nonnenklooster waar de refuge zit. Het is prachtig weer, maar een koude wind. Helaas gaat de refuge pas om 13.00 uur open. Ik blijf toch maar wachten want de pelgrims stromen toe en ik wil wel een bed. Er kunnen 100 mensen slapen, plek zat. Pamplona is een mooie bruisende stad. Die ga ik dus nu fijn verkennen als ik deze brief op de post doe.
Met vriendelijke groeten,
Kees Tol