Dax, 7 mei 2004

Beste kinderen, collega's en andere belangstellenden,

Gisteren ben ik hier aangekomen. Ik slaap in een seminarie (een school om priester te worden). Ze hebben hier een soort hotel voor mensen die een cursus volgen of hier op retraite zijn. Voor pelgrims rekenen ze een speciaal tarief en het ontbijt is gratis. Het adres heb ik gekregen van een kroegbaas in Taller. Daar was ik gisteren. De kroegbaas houdt precies bij wie zijn cafe passeert. Alle pelgrims krijgen gratis koffie of bier. In ruil daarvoor geven ze hun naam en adres aan de herbergier. Een heel aardige man, ik mocht zelfs zijn telefoon gebruiken want in Teller doet een mobiele telefoon het niet. Sinds een paar dagen wordt de route naar Santiago aangegeven met bordjes. Als je een dorpje door loopt, roept iedereen “St. Jacques?”. “Bon courage.”
Het weer is nu al vier dagen bar en boos. Harde windstoten en af en toe hagel. Maar ik heb het geluk gehad, dat het net even droog was bij het opzetten en afbreken van mijn tent. De temperatuur is wel erg lekker om bij te lopen. Ik blijf hier een dag rusten om de was te doen. Van hier is het nog drie dagen naar St. Jean Pied du Port, dan heb ik Frankrijk gehad.

Mijn vorige brief was in Angouleme.

25 april:
Ik ben daar vertrokken met prachtig weer. Het landschap is heuvelachtig met goed verzorgde boerderijen en oude forten en kastelen op de heuveltoppen. Veel bossen ook. In de meeste dorpjes is er niets van een cafe of winkel te vinden of ze zijn gesloten. Mijn slaapplaats zoek ik in Villebois. Geen camping open. Ze kijken je hier verbaasd aan als je om een camping vraagt. Die gaan pas in juni open. In Noord-Frankrijk was het wat campings betreft beter. In Villebois  is in het centrum een park met een openbaar toilet, een sporthal en een school. Achter de sporthal en een school. Achter de sporthal zet ik mijn tent op. Er is ook nog eens een buitenkraan open, ideaal voor de wild-kampeerder.

26 april:
Om 08.00 uur ben ik klaar om te vertrekken. Eerst een supermarkt gezocht, maar die gaat pas om 09.00 uur open. Dan maar in een volgende plaats een winkel zoeken. Ik ontbijt pas om 09.15 uur ergens langs de weg. Dan is het warmer. 's Ochtends is het te koud om te ontbijten bij het opstaan. Onderweg in Gurat koffie gedronken en een nieuwe pen gekregen van de barjuffrouw, mijn oude pen was leeg. Nog geen winkel gezien. Om 16.30 uur kom ik aan in Aubeterre sur Drome. Daar is de winkel gesloten op maandagmiddag.
Dat wordt op een houtje bijten. Ik heb alle restjes die ik had opgegeten. Mijn tent deze keer in het parc de loisir aan de Drome neergezet. Camping Sauvage dus. Ernaast ligt een voetbalveld met een kleedkamer. Het hek was open en ik kon water halen uit de buitenkraan.

27 april:
Om 06.30 uur opgestaan. Erg veel nevel en dauw naast de rivier. Dus ik moest mijn tent weer kletsnat inpakken. Het eerste wat ik doe is om 08.00 uur naar de winkel lopen. Vandaag is het heel warm en drukkend weer. Een heel mooi landschap, maar ik kom vrijwel de hele dag niemand tegen. Om 17.30 uur kom ik aan in Eygurande-Gardedeuil, een heel klein dorpje. Hier kan ik niet ongezien mijn tent opzetten. De Mairie is open, dus ik vraag aan de burgemeester of ik bij de kerk mag staan op het grasveldje. Geen enkel probleem. In het cafe ernaast haal ik water.

28 april:
Er is geen bakker in dit dorpje, dus doorlopen naar het volgende dorp, le Pizou. Pas om 10.00 uur kan ik ontbijten in een bushokje op het plein voor de kerk. Het landschap wordt gaandeweg rommelig en onverzorgd. Alles wat ze niet meer gebruiken laten Fransen gewoon staan. Halverwege de dag loop ik ineens weer tussen de wijngaarden. Allemaal St. Emilion. Sinds 13.00 uur regent het vies. Pas om 18.00 uur kom ik aan in St. Emilion. Dat ligt op een heuvel, heel erg toeristisch. Op het bureau de Tourisme gevraagd naar een camping, maar die is 3 km. terug. Daar heb ik nu geen zin meer in. Aan de rand van de stad, is een klein parkje, omgeven door een hoge muur en bomen. Een openbare kraan in de buurt. Hier zet ik mijn tent neer.

29 april:
Ik neem de trein naar Bordeaux van 07.30 uur. Mijn schoenen zijn versleten. In Bordeaux wil ik nieuwe schoenen gaan kopen. Mijn vrouw Jose heeft een email gestuurd naar Lowa voor een adres. Om 09.15 uur sta ik voor de deur, maar de winkel gaat pas om 10.30 uur open. Bordeaux heeft een heel mooi centrum, dus daar kon ik mijn tijd wel om krijgen. Gelukkig hebben ze de schoenen die ik zocht in voorraad. De oude schoenen daar gelaten en de nieuwe aan. Het was de bedoeling om in de jeugdherberg van Bordeaux een dag rust te nemen. Gebeld. Hij zat helemaal vol. Dus de trein terug naar St. Emilion. Toch maar terug naar de camping. In Bordeaux heb ik mijn kleren gewassen in een wasserette. Op de camping hang ik ze te drogen aan een lijn tussen de bomen. Ik moet er bij blijven want het regent af en toe.

30 april:
Rustdag op de camping. Nog steeds af en toe regen. Op zoek naar brandstof voor mijn brander. Wasbenzine is nergens te vinden. Ik heb maar een fles petroleum voor de barbecue gekocht. Niet zo schoon als wasbenzine, maar hij moet er op kunnen branden met een ander sproeiertje. Mijn was toch droog gekregen tussen de buien door.

1 mei:
Feestdag in Frankrijk. Alle winkels zijn weer dicht. Maar nu heb ik voor twee dagen ingeslagen. Om 07.00 uur vertrokken, want ik wil een flink eind gaan lopen. Voor de vierde keer door St.Emilion gelopen, richting Branne. Mooi weer. Bij Branne ben ik de Dordogne overgestoken. Helemaal doorgegaan tot Cadillac aan de Garonne. Pas om 18.30 uur kom ik hier aan en het regent. Geen camping. Maar aan de Garonne is wel een camping municipal. Ook dicht, maar ik kan om de slagboom heen lopen en toch mijn tent daar neerzetten, niemand die het ziet. Er naast is een kermis aan de gang. Ik denk dat daarom de kranen op de camping open waren, mazzel dus. Tussen de buien door net lang genoeg droog om mijn tent op te zetten. Gekookt en gegeten in het toilettenblok, onder het afdakje. De hele nacht een kermis naast mijn tent, niet veel geslapen.

2 mei:
In Cadillac is wel een bakker open, maar geen andere winkel. Dus verder maar zonder beleg. Hier beginnen de bossen. Het is nagenoeg vlak. De wegen zijn aangelegd met een lineaal. Allemaal aangeplante dennen. Geen kip op de weg. Om 18.00 uur kom ik aan in Hostens. Daar is geen camping open. Naast de tennisbaan is wel een mooi stukje gras ui het zicht. Ik heb water gevraagd aan een meneer die in zijn tuin aan het werk was. Als de zon onder gaat, komen er wolken kleine muggetjes. Ze vinden mij erg lekker. Gauw mijn tent in en alles dicht.

3 mei:
Mijn benen zitten onder de muggenbulten. De hele dag weer door het grote bos gelopen. Het eindpunt is Pissos. Nu zitten er bordjes met pijlen voor de route naar Santiago aan de bomen. Bij de Mairie vraag ik om een kampeerplek. Dat kan in de parc de loisir bij het zwembad. Ook hier muggetjes.

4 mei:
Heerlijk loopweer, maar ik moet wel de hele dag mijn regenpak aanhouden. Het blijft bos. Het is net de Veluwe, maar dan zonder pannenkoekenrestaurants.
Ik volg nu de nieuwe bordjes. Die voeren mij nog dieper door het bos. Leuk, maar je weet niet of en wanneer je een dorp tegenkomt. Uiteindelijk kom ik naast een snelweg uit bij een dorpje Cap-de-Pin. Het is al 18.00 uur. Er is een camping. Bij de receptie niemand te zien. Op het veld staan caravans met mensen. Ze hebben een schoonmaakbedrijfje zo te zien aan de opschriften van de auto's. Die willen liever niet, denk ik, dat ik op hun veldje kom staan. Want ze wijzen direct naar het veld er naast. Uiteindelijk blijkt er dan toch iemand bij de receptie te zijn. Want als ik aanstalten maak mijn tent op te zetten komt er een mevrouw naar buiten stuiven. Ik mag hier niet staan zegt ze, ze zijn eigenlijk gesloten. Nou ja, ze rekent maar € 3,80, dus dat valt mee. Het begint weer te gieten, dus ik heb weer gekookt in het buitentoilettenblok.

5 mei:
Het heeft de hele nacht geregend en gestormd. In de ochtend volg ik de nieuwe bordjes tot 16.00 uur in Lesperon. Daar staat een bord: nog 890 km. naar Santiago. Ik ga nog verder, naar Taller, gewoon langs de weg. Het blijft hozen. Als ik Taller binnen wandel, stopt het even met regenen net als ik langs een voetbalveld loop. Ik bedenk me geen seconde en zet mijn tent neer naast de kleedkamer, uit de wind. Er komt gelijk iemand kijken, die er naast woont. Hij vindt het prima. De kleedkamer heeft een overhangende dakrand. Die biedt net genoeg beschutting om te koken. 's Avonds loop ik het dorp in waar een cafe is. Daar kom ik die meneer tegen waarmee ik deze brief begon. Hij vraagt mij of ik mijn tent al opgezet heb, want anders had ik wel in de Salle de fete kunnen slapen, tegenover het cafe. Dommage!

Mijn volgende brief hoop ik in Spanje te schrijven

Groeten, Kees