St. Quentin           21-03-04

Beste collega's, ouders, jongens en meisjes

Als ik deze brief schrijf zit ik al enige (alweer) in de t.v.- zaal van de Auberge de la Jeunesse. De laatste keer dat ik schreef zat ik in tournai. Daar ben ik 16-03-04 vertrokken richting de franse grens. Een spannend moment toen ik de grens passeerde langs een leeg douanehokje. Onderweg ben ik net een hamster. Hier vraag ik water in een café of gewoon aan iemand die toevallig naar buiten komt. Daar koop ik eten. Je weet nooit of je nog een winkel tegenkomt voor de camping. In de Saméon komen net 2 dames naar buiten bij de mairie. Ik vraag meteen om een cachet (stempel) voor m'n pelgrims paspoort. De dames vertellen me dat er 2 kilometer verderop een camping is. Ik besluit daar heen te gaan. De campingbaas woont gelukkig naast de camping, aangebeld. Hij is hogelijk verbaasd op zijn Frans. Alles zit dicht en is afgesloten, hij opent pas in april en wat of ik hier eigenlijk doe. Als ik vertel dat ik uit Nederland ben komen lopen wil hij wel een toilet voor mij openen en een kraantje aansluiten. Maar alleen koud water en geen douche. Ik hoef niet te betalen heb zelf gekookt op mijn benzinebrander, gelukkig is het mooi weer. 17-03-04 sta ik vroeg op de tent moet helaas nat van de dauw in gepakt worden. Dat scheelt 1 kilo. Prachtig weer. Onderweg m'n jas aan de rugzak gebonden vanwege de warmte. Weer aan iedereen water gevraagd. Onderweg krijg ik 2x van iemand een fles bronwater van 2 liter zomaar voor niets. Om 19.00 uur kom ik aan in Wavrecham bij een parc de Loisir. Alles potdicht. Na wat rond gelopen te hebben zie ik een soort bureau waar lichten branden. De stoute schoenen aangetrokken, het is al laat, aangebeld. Ze staan perplex, iemand met een tent, ze zijn niet geopend etc… Na wat heen en weer gebeld te hebben met de baas mag ik op de picknickweide staan tussen de houten bankjes. Snel vul ik m'n 2 lege gekregen PET-flessen met water uit het bureau want straks gaan ze naar huis. Na het tappen komt le Patron zelf aangelopen hij heeft een plastic tas mee met een fles wijn, eend, een stuk kaas en chocopasta in een potje. Dat krijg ik zomaar. En veel succes met m'n tocht. Die Fransen vallen me tot dusver niet tegen.
18-03-04 Weer alles nat van de dauw. Vandaag wil ik naar een jeugdherberg in Cambrai. Zwaar parcours. Harde tegenwind. Drukke autoweg. Alleen uitgestrekte velden en akkers zonder veel huizen. Af en toe een dorpje. Meestal zit het café dicht. Zie ook geen mensen. Gelukkig heb ik nog een gevulde 2 liter fles met water. Rond 14.00 uur kom ik aan in Cambrai. Geen jeugd herberg op het adres uit het boekje, wat nu. Ik stap een café binnen. Na een kop koffie vraag ik le Patron naar de jeugdherberg. Nog nooit van gehoord, maar hij belde office de la Towrisme in Cambrai. Blijkt die herberg helemaal aan de andere kant  van de stad te zijn. Gelukkig is Cambrai niet groot. Een van de gasten in het cafe, een brandweerman helpt me op weg. Om 16.00 uur ben ik in de herberg. In de kamer, ik ben weer de enige gast in de herberg, hang ik m'n tent uit en was mijn kleren. Ze hebben er een centrifuge. 19-03-04 goed geslapen. Alles is droog. Ontbijt op zijn Frans. Niet genoeg dus. Vertrek om 08.30. Weer drukke autoweg, velden en akkers, geen mensen. In het eerste dorp koop ik brood en een blikje vlees. Een slager kon ik niet vinden. Langs het Canal de Escaut. Een veel aardiger parcours. Elke keer als ik Mairie of een postkantoor tegenkom zit hij net dicht. Dus geen stempel. In Honnecourt om 15.00. camping dicht. Ik zie een oude mevrouw achter het raam in het huisje naast de camping. Zij doet open. Ze belt de baas wel voor me en of ik binnen wil wachten. Een alleraardigst bejaard echtpaar. Ze willen alles van me weten waar ik vandaan kom of ik ontslag genomen heb, hoeveel kinderen ik heb etc. Krijg een biertje aangeboden en kijk mijn ogen uit binnen. Een geweldig rommelig huis, op zijn Frans gezellig. Kennen jullie het verhaal van die oude vrouw uit de stoofstraat van Annie M.G. Schmidt. Daar leek het op. Op het toilet stond open in de kamer ernaast. Waarschijnlijk maken de fransen nooit iets schoon en ruimen ze niets op waar ze niet meteen over struikelen. Maar wat een warme en aardige mensen. Na een uurtje komt de baas van de camping met zijn zoon. Hij verteld dat hij 3 jaar deze camping onder zijn hoede heeft. Daarvoor was het een camping minicipal (gemeente camping) en een zootje. Nu ziet het er lieflijk uit. Ik mag onder een afdak staan. De campingbaas sluit voor mij een wasbak, een toilet en een buitenkraan aan. Gelukkig sta ik onder dak.  Het begint te stormen en te gieten. In het stadje is een kleine winkel daar koop ik macaroni, blik tomaten en blik linzen met worst. Dat wordt mijn avondmaal. Gaandeweg wordt het stervenskoud. Ik trek mijn fleece, mijn regenbroek, mijn bivakmuts aan. Het is nu 5 graden. Gisteren nog ruim 20 graden. 's Nachts gewoon alles aangehouden in de slaapzak. Windstoten de tent flapperde aan alle kanten. Geen oog dichtgedaan. 20-03-04 De tent heeft het gehouden. 's Morgens wat brood gegeten en koffie uit de thermoskan ( nog van de dag ervoor.) vertrokken om 9.00 naar St. Quentin. Weer eindeloze velden en akkers met steile beklimmingen van kilometers lang. In het eest volgende dorp waar de winkels open zijn haal ik een stempel op het postkantoor en doe ik boodschappen. Bij de slager koop ik een mevrouw tegen die mij vertelt dat ze ook naar Santiago is geweest van uit Le Puy. Rond 12.00 begint het te gieten met een keiharde tegenwind. Rond 13.00 zoek een droog plekje om te eten. Alle dorpen potdicht nergens bushokjes. Om 14.00 zit ik er doorheen, ik ben moe, hongerig, moet rusten dan maar in ene gietvergooing ergens staand. Wat denk je, net op dat moment een kapelletje langs de weg met overkapping en een levensgroot Christusbeeld aan het kruis. Ik heb het hek geopend n ben naast het beeld op de rand gaan zitten. Brood met knoflookworst gegeten en water, een godenmaal op dat moment. Vervolg de wandeling. Rond 16.30 kom ik St. Quentin binnen wandelen langs het kanaal. Daar spreek ik iemand aan die z'n hond uitlaat. Hij weet precies waar de jeugdherberg is. Op 3 km loopafstand, dat valt mee want St. Quentin is best groot.. ik denk dat de hond de velletjes van de knoflookworst rook, die nog in de tas zaten. Het  beest liep die 3 km achter mij aan, al springend en draaiend rond mijn benen. Zijn baas liep scheldend en tierend achter ons aan. De jeugdherberg was gelukkig open. Morgen ga ik richting Berlandcourt. Daar is een camping volgens mijn boekje. Dit is wel een erg lange brief. Tot de volgende brief.

P.S. Thoom, zeg tegen je broer Gerrit dat kamperen niet voor watjes is. Misschien voor Gerrit ook verrijkend. Weer eens wat anders dan die Thaise stranden……… Al die warmte is ook niet goed.

Met vriendelijke groet,
Kees Tol