Leon, 30 mei 2004

Beste collega's en andere lezers,

Inmiddels ben ik al over de helft van de Camino in Spanje. Nog zo'n driehonderd km moet ik. De aankomst in Santiago is gepland op 12 juni. Sinds Burgos is het landschap wat eentonig. Vlak en alleen wat akkers. De wegen recht. Het is wel gezellig. Ik loop nu meest samen met 5 Nederlanders en 1 Belgische. Bert van Beukel uit Noordwijk, Ben Noorloos uit Heinenoord en Jaap Drost uit Barneveld zijn ook helemaal uit Nederland komen lopen. Bert wil zelfs ook teruglopen! Het groepje bestaat verder uit Theo Wullings uit Akersloot, Franqoise Lintermans uit Brussel en Ben van Rooy uit Heerlen. Die in St. Jean Pied de Port zijn begonnen.

23 mei:
Ben ik uit Burgos vertrokken naar Hornillos del Camino. Een wandeling van 20 km. Al om 11.30 zijn we er. Dit lijkt meer op vakantie. Het is prachtig weer. De paden zijn breed en goed onderhouden. Overal dorpjes waar je wat kan eten en drinken voor niet al te veel geld en in ieder dorpje een refugio waar je voor 3 á 4 euro kan slapen. Toch hoor je veel mensen klagen over de drukte in de refugio's de slechte bedden, snurkers 's nachts enz. Maar na mijn kampeer ervaringen in Frankrijk is dit het paradijs.

24 mei:
Om 7.00 vertrekken richting Castrojeriz. Om een uur of 8 drinken we koffie in een alternatieve herberg in Sambol. Die ligt in de middle of nowhere. Een beetje nieuw-age-achtig gebouw met binnen een beschilderde koepel blauw met sterren. De tent wordt gerund door een Duitser die daar vanaf maart zo'n beetje woont. Hij vertelt dat er dit jaar nog sneeuw lag in april en dat hij het heel koud heeft gehad. Het gesprek komt op de drukte op de Camino. Volgens de Duitse hospitalers is er in mei en september veel volk onderweg. Daarnaast de 2 weken voor 25 juli en dan vooral Spanjaarden. Een uur later in Hontanas besluiten we wat te gaan eten in de plaatselijke bar. Die bar daar is uit een andere eeuw. Een rotzooi! De t.l buizen aan het plafond zijn net zo bruin als de houten balken. We zitten aan lange tafels met houten banken. De eigenaar is een klein mannetje met een kaal hoofd. Hij staat in zijn eentje achter de tap. Het koffiezetapparaat kan slechts één kopje per keer zetten en er staat tot buiten op straat een lange rij wachtende klanten. De koffie loopt in een klein glazen kopje. Als het vol is giet hij het in een beker. Eén beker koffie is 2 glaasjes. Als hij geen bekers meer heeft, veegt hij ze schoon met een viezig geel vaatdoekje of onder de kraan met zijn vingers. Onverstoorbaar zet hij iedere keer zo'n 3 á 4 bekers koffie. Daarna maakt hij dan een paar broodjes ham. De ham snijdt hij met een groot mes zelf van een ham vastgeklemd op de bar. Het duurt eeuwig voor je aan de beurt bent. Een kassa heeft hij niet. Al het geld ligt op een houten plank aan de muur. Als hij een nieuwe zak stokbrood pakt die op de vloer staat rennen er 3 muizen achter vandaan. Het broodje smaakte des ondanks best. In Castrojeriz zijn we al om 12.30 maar de refugio gaat pas om 15.00 open. In de plaatselijke bar krijgen we een mooi aanbod van de eigenaressen. Ze biedt kamers te huur aan voor 15 euro inclusief diner en ontbijt. Het is er wel stoffig. Als ik me omdraai moet ik me hemd eerst uitkloppen.

25 mei:
om 6.30 ontbijt in de bar. Dan vertrekken we naar Frómista. Onderweg gaan we langs een oud kerkgebouwtje de Ermita de San Nicolas. Italianen hebben dit ingericht als refugio. Bedden staan op een soort vide achter in de kerk. Het altaar staat aan de andere kant. Ertussen in kun je koffie krijgen voor niets en een stempel. Het landschap doet nu Hollands aan. We lopen langs een kanaal. In Frómista een zeer goede refugio. Je kunt er zelfs ontbijten. Met de andere pelgrims praten we over het hoe en waarom van het lopen van de Camino. Iedereen heeft zo zijn gedachte: onthaasting, andere mensen ontmoeten, cultuur en landschap, nadenken. Ik zelf ben blij dat ik eerst alléén in Frankrijk heb gelopen. Dat heeft me tijd gegeven om alles te overdenken, alleen met mezelf te zijn. Omdat die eerste 1600 km vrij primitief en simpel waren en bovendien heel eenzaam geniet ik driedubbel van de Spaanse Camino. Al die mensen overal vandaan, de gesprekken, de zekerheid dat je een slaapplek en eten hebt iedere dag, dat is een feest.

26 mei:
5.30 wakker. 6.30 ontbijt in de zaal: een grote mok koffie, jus d'orange en 3 cakejes. 7.15 vertrek richting Carrión de los Condes. Onderweg in een dorpje: Villar Mentero de Campos, koffie gedronken bij een kraam in een weiland waar de eigenaar religieuze klooster muziek draait en ecologische broodjes verkoopt. Het landschap is vlak met akkers.in Carión de los Condes slapen we in een Clarissenklooster. We worden verwelkomd door een mannetje in drie talen. Hij raffelt iedere keer het zelfde verhaal af over de toiletten, douches, keuken en slaapplaatsen. De sleutel ligt op de vensterbank achter een halfopen raam. Carión is een heel toeristisch plaatsje. Het is nu al zover dat we gefotografeerd worden door bussen vol toeristen als echte pelgrims. Vandaag koken we ons eigen maal in de keuken van de refugio. Inclusief wijn kkomt dat op 4 euro per persoon. 's Avonds hebben we wat wrijving met een Franse vrouw van in de 60. ze slaapt op dezelfde kamer. We snurken teveel zegt ze en we praten te luid. Het komische is dat ze zelf ook snurkt, maar dat hoort ze niet.

27 mei:
Ontbijt 6.15 vertrek 6.45 vandaag gaan we over de helft van de Spaanse Camino. Het landschap is saai. Eén lange rechte vlakke weg 17 km lang zonder stopplaatsen. Na 12.00 wordt het echt warm het einddoel is Terradillos. De Franse snurkmevrouw komen we overal tegen. Ze loopt met een lichtblauwe paraplu rechtop in haar rugzak als een antenne. Iedere keer als we haar passeren kijkt ze wat pinnig. Om 13.30 bereiken we het einddoel van vandaag. De refugio heeft een restaurant en een terras. Op het terras is het een slachtveld. Overal pelgrims in teiltjes. Allemaal afgeplakte voeten en iedereen is bezig met allerhande zalfjes. Bert is al 2 keer dubbel gegaan met zijn enkel. Hij loopt mank met zijn steunkous om zijn zere voet. Nu heeft hij er ook nog blaren bij. Ben van Rooy loopt ook de hele tijd met één stijf been. Zelf heb ik tijden gelopen met een pijnlijke rechter heup, maar dat is nu gelukkig weer over. Het recept: een geel op gevouwen werkdoekje tussen me riem over de pijnlijke plek en mijn veldfles aan de andere kant. Zo rommelt iedereen wat aan. Het is mooi weer, dus iedereen doet zijn was. Overal hangen hemden, onderbroeken, sokken en andere kledingstukken. Ben Noorloos heeft mot met onze plaaggeest. Ze hangt haar was breed uit en die van Ben schuift ze over die van mijn.

28 mei:
Ontbijt op het terras. 6.50 vertrek richting Sahagun. Weer vlak pad. In Sahagun besluiten Bert, Ben en ik dat het hoogtijd word om eens naar de kapper te gaan. Om 10.00 vinden we een kapper. Er zitten nog een paar mannen te wachten op hun beurt in de oude kappersalon. Er is maar één stoel. De kapper zegt dat we om 11 uur terug moeten komen. Ondertussen gaan we naar een winkel waar ze onderbroeken en handdoeken verkopen. Jaap heeft een onderbroek en zijn handdoek laten hangen in de vorige refugio. Dat krijg je als je alles in het donker moet inpakken. Enige hilariteit in de winkel als Jaap een onderbroek mimed met zijn handen. Maar het lukt. De kapper doet zijn werk ook goed voor €7.50 de man. Om 13.00 lopen we weer verder naar ons einddoel Bercianos. De refugio is net als veel huizen hier van gedroogde klei vermengd met stro. Het zijn adobe-woningen. In de refugio ruikt het koemest. Boven onze bedden hangt een zwaluw nest aan de balk. Het raam mag niet dicht want de zwaluw heeft jongen. Ze scheren iedere keer in en uit over onze hoofden. Het halve dorp is in elkaar gezakt. Adobes moeten ieder jaar bijgesmeerd worden met verse klei. Heel wat woningen worden niet meer gebruikt. De oude kerk is half ingestort. Op het altaar nestelen duiven. We zien ook woninkjes half ingegraven in een heuvel, een soort dwergenholen, met een schotel antenne en een schoorsteen erop. Om 20.00 komt de plaatselijke pastoor ons uitnodigen voor de mis. Daarna eten we gezamenlijk met alle pelgrims in de refugio. Heel gezellig. Als de zon onder gaat gaat de pastoor voor in gebed in het open veld achter de refugio. Iedere pelgrim word met name genoemd.

29 mei:
6.50 vertrokken. De weg is zo recht als een liniaal en 20 km lang. Saai maar lekker om tempo te lopen. Al om 12.30 loop in Mansilla de las Mulas binnen de eindbestemming van vandaag. Onderweg kom ik een wandelend echtpaar tegen uit Nederland. Ze zijn in Dinant begonnen half maart. In de refugio word ik begroet door een meisje van een jaar of 20, die iedereen z'n bed wijst, met ''pindakaas''. Ze kent nog meer Nederlandse woorden. Op de binnenplaats weer het dagelijkse tafereel van het etende, wassende en pleisters plakkende pelgrims. Er zit ook nog een vrouw van een jaar of 60 in een soort mini jurk met haar voeten in een bak water. Ze staat om de 20 seconde op om een boekje te pakken en daarna weer terug te leggen. Iedereen krijgt haar onderbroek ruim te zien. Als een paar Italianen praten tegen elkaar aan het tafeltje ernaast begint ze klokkende geluiden te maken als een kip. Deze mevrouw pakt ook fruit weg van andere pelgrims en probeert te koken in een plastic bak met vreselijke stank tot gevolg. De hospitalero schijnt haar te kennen. Hij pakt het fruit weer terug als ze weg is en brand wierook tegen de stank. Ze loopt de Camino echt want de volgende dag zien we haar weer.

30 mei:
7.00 vertrek naar Leon. 19 km niet veel. Het is pinksteren. Om 11 uur komen we aan in het centrum. We kunnen slapen in een klooster van de Dominicanessen. Theo heeft een soort zweepslag in zijn kuit en loopt strompelend binnen. De assistente van de Poolse hospitalero is Amerikaans en studeert fysiotherapie. Ze masseert Theo. Ze raadt Theo z'n binnenzooltje iets te laten verhogen aan één kant. Maar ja het is zondag. Theo doet een sinaasappelschil in zijn schoen en beweert dat het werkt. Het centrum van Leon is gezellig. 's Avonds vinden we met moeite een bar om te eten. Alles gaat dicht. De eigenaar komt om 19.00 binnen met een duidelijke kater. Theo en Francoise zitten enigszins op heten kolen want vanmorgen zijn ze hier weggelopen toen ze zagen dat de man koffie op warmde in de magnetron. Hij slikt een paar pillen en komt ons bedienen. De hete borden (opgewarmd in de magnetron) zijn zo heet dat hij ze bijna op de tafel smijt. Gaande weg knapt hij op en uiteindelijk krijgen we zelfs een extra mandje brood voor niets. Eigenlijk is hij best wel aardig. Na het eten begin ik aan deze brief. Het is 21.30 en straks gaat de deur dicht en het licht uit.


Met vriendelijke groeten, Kees Tol.