Brief 1

Mechelen 10 maart 2004

Beste meesters, juffen en kinderen,

Ik zit hier in de ontbijtzaal van de jeugdherberg “de Zandpoort” in Mechelen. Buiten sneeuwt het en het is 5 graden boven nul.
Tot nu toe ging het lopen erg goed en het was niet moeilijk om iedere dag onderdak te vinden. In Nederland heb ik geslapen bij familie en kennissen.
In Belgie heb ik gelogeerd bij de paters in het bierklooster van Westmalle. Het was trouwens best eng om aan de kloosterdeur aan te bellen en niet te weten of ik wel mocht binnenkomen.
De paters hadden een “stilte dag”en zeiden niet veel. Maar de gastenbroeder bracht me naar een gastenverblijf. Ik kreeg een kamer met bed en tafel. Er was ruimte voor wel 30 mensen. Maar ik was de enige gast. De paters verwachtten wel dat ik meedeed aan de dagsluiting en het morgengebed in de kapel.
Voor het avondeten en het ontbijt was er een speciale gastenrefter (“refter” is een oud woord voor “eetzaal”). Daar zat ik helemaal alleen, want de paters doen alles in afzondering. Alleen de gastenbroeder kwam af en toe kijken. Daarna ben ik in twee jeugdherbergen te gast geweest, in Nijlen en in Mechelen.
Wat ik nu moet doen, weet ik nog niet helemaal. Er zijn geen jeugdherbergen meer op loopafstand. De campings zitten nog dicht.
Ik denk dat ik vandaag naar de camping in Londerzeel loop en kijk of ze niet
voor een keer een plekje voor me kunnen regelen.

Met vriendelijke groeten,

Kees Tol