9-02-2004 (Volendam-Amsterdam Zuidoost)

Om 8.15 is het dan zover. Samen met mijn broer Klaas vertrek ik uit Volendam. Het doel is Amsterdam-Zuidoost waar Jan en Ria wonen, mijn zwager en schoonzus.

Het was 4 ˚C. Geen wind en een zonnetje. Het mooiste wandelweer dat men zich wensen kan.


Vertrek 8.15 bij mijn voordeur in Volendam

 

Ik kan in alle rust afscheid nemen van José en de kinderen. Een raar gevoel in mijn maag. Spannend.

Op zaterdagavond, gisteren, ben ik naar de kerk geweest. Mijn eerste stempel gehaald bij pastoor van der Hulst. Volgens mij begreep hij het eerst niet helemaal. De pastoor dacht dat ik een weekje wegging of zo. Ik was nog maar vijf minuten thuis na de mis toen de bel ging. Pius van de NIVO (het plaatselijke nieuwsblad) stond op de stoep. Hij had van de pastoor gehoord dat ik ging vertrekken. Ik vond het wat voorbarig om in de krant te komen met een foto terwijl ik nog niets gepresteerd had. Maar stiekem weg gaan zat er niet in.

Al bij de molen van Katwoude kwam ik de eerste bekende tegen: Peter Tol (Gokker). Met hem heb ik al vaker gelopen. “Ga je nu weg?” Ja dus. Hij loopt gauw weer verder. Met een rugzak kun je niet zo snel.

Via Monnikendam richting Zuiderwoude. Bij het gemaal houden we onze eerste rust. Klaas heeft koffie meegenomen. We lopen verder langs de Poppendammerweg. Daar komen we, toeval bestaat niet, Gerrit Smit tegen op de fiets. Gerrit liep ook vaak mee met de Kneuzen. Ik train altijd op woensdag 17.30 een rondje met de Kneuzen. Met hem heb ik vaak gepraat over de tocht. Van Gerrit heb ik ook de boekjes van Clemens Sweerman geleend . Gerrit heeft een groot deel van de route in Frankrijk gefietst. In ieder geval heb ik getuigen die me hebben zien vertrekken.

In Amsterdam-Noord begint mijn rugzak aardig te knellen. Achttien kilo weegt hij. En dan nog wat ik in mijn jaszakken heb zitten. Ik heb mezelf gewogen zonder rugzak en jas en met rugzak en jas. Daar zat 20 kilo verschil tussen! Even doorbijten. Bij het Amsterdam-Rijnkanaal houden we de tweede rust. Vlak voor Driemond nog één keer rust. Om 16.10 kom ik aan bij mijn schoonzus. Tegen deze etappe zag ik erg op omdat hij al meteen 34 kilometer was. Maar ik heb het overleefd. Na een kopje thee gaat Klaas weer terug naar huis met het openbaar vervoer. Morgen ga ik echt alleen lopen.

 Na de douche schoon ondergoed aan. Ik was mijn vuile spullen in de wasbak. Het is wel erg nat. Als ik dit op een camping moet drogen krijg ik het nooit op tijd droog en aan mijn rugzak hangen gaat niet daarvoor is het te groot.

Nu nog even genieten van de luxe en het gezelschap. We eten boerenkool, lekker! Ik slaap op mijn matje op de vloer. Kan ik vast wennen.

 

01-03-2004 (Amsterdam Zuidoost-Maarssenbroek)

Om 8.30 start ik voor de tweede etappe. Deze keer alleen. Weer afscheid nemen. Een prima loopdag. Eerst een mooi stuk langs Het Gein. Daarna weer het Amsterdam-Rijnkanaal. Een eeuwig end. Zeven tot acht kilometer.


 Het Amsterdam-Rijnkanaal

 

Het doel is Maarssenbroek. Daar wonen An Nieuwenburg en Aad Fokker. An is een tante van mijn schoonzus Astrid.

In Loenen aan de Vecht haal ik mijn tweede stempel bij het plaatselijke postagentschap. Nu voel ik echt al mijn spieren, van het topje van mijn kruin tot in mijn tenen. Vooral mijn rug- en schouderspieren geven het op. Dipje??

Langs de Vecht is het wel schitterend mooi. En het weer zit mee. Bij Breukelen komt een meneer op de racefiets naast me rijden. Hij heeft mijn Jacobsschelp gezien. De man vertelt dat hij zowel lopend als op de fiets de Camino gedaan heeft. Na een kort gesprek rijdt hij weer verder. Het gesprek heeft mij goed gedaan. Ik loop een stuk lichter.

Na een tijdje ben ik weer erg moe. Ik rust nu ieder uur een kwartier. Ik ga gewoon ergens zitten langs de kant van de weg. Op een muurtje, of op een boomstam, soms kom ik een bankje tegen. De laatste vijf kilometer lijken een eeuwigheid te duren.

In Maarssenbroek is het even zoeken naar de woonwijk waar ik wezen moet. De wijk waar An en Aad wonen bestaat uit concentrische kringen. Ze sturen je iedere keer rond de complete woonwijk. Een soort woondoolhof. Leuk met een auto. Het begint met nummer 680 tot 740, maar ik moet op nummer 69 wezen. Ik tel nog een paar kilometer op bij het totaal van deze dag.

Ik kom aan om 15.00 uur. Veel te vroeg. De afspraak was tussen 16.00 en 17.00 uur. Ik ga maar even wachten op een bankje bij de speelplaats naast hun huis. De buren kijken wat wantrouwig uit het raam. Dat kan ik ze niet kwalijk nemen. Ik kijk vriendelijk terug.

Rond half vier komt mijn gastvrouw aanrijden met de auto. Hartstikke gezellig. Ik kende An en Aad helemaal niet persoonlijk. Maar ik word heel hartelijk ontvangen. Het is gezellig tot

 ’s avonds laat. We praten over van alles en nog wat. An vergelijkt prijzen voor een supermarktketen. Ik wist niet dat dat een beroep is. Er staat weer boerenkool op het menu, maar dat vind ik lekker.

02-03-2004 (Maarssenbroek-Vianen)

 ’s Morgens 8.30 ben ik weer onderweg. An legt precies uit hoe ik moet lopen, maar ik heb toch nog drie kwartier nodig om de wijk uit te komen op de goede plek.


Weer prachtig wandelweer. Langs de Hollandse IJssel naar IJsselstein. Wat is Nederland mooi. Geweldige uitzichten over landerijen en sloten. Door IJsselstein lopen duurt nog best lang. Weer gerust bij een speeltuintje in een woonwijk. Dan op naar het einddoel van vandaag: Vianen. Ik moet de Lekbrug over langs de snelweg. Voor dat ik de toegang gevonden heb duurt een tijdje. Een uur. Steeds loop ik tegen sloten of beekjes aan. De meeste mensen die ik de weg vraag weten wel hoe je op de fiets moet of met de auto, maar te voet is moeilijker. En ik heb geen zin in omwegen. Uiteindelijk lukt het me op de brug te komen.

  Brug over de Lek bij Vianen

 

Ik vind deze eerste grote rivier een mijlpaal. Daarom maak ik een foto van mezelf op de brug. Daarvoor gebruik ik een boomstatief. Dat is een soort klemtang waarop je een fototoestel kan schroeven. Ik klem hem vast aan een vangrail en maak een foto met de zelfontspanner.

De wijk waar ik moet zijn is deze keer vlug gevonden. Vanavond ben ik te gast bij een nicht van José en haar man: Hugo en Marianne Gras-Rijk. Heb ik ook nog nooit eerder ontmoet.

Eerst gezellig wat drinken en dan nog naar het postkantoor voor een stempel in mijn pelgrimspaspoort. Marianne brengt me met de auto. Het postkantoor staat in het oude centrum van Vianen. Ik kreeg niet zomaar een stempel. De meneer achter het loket moest het eerst even navragen(?)

Geen boerenkool deze keer maar witlof. Weer lang praten tot 24.00 uur. De zoon des huizes komt ook thuis. Erg gezellig. Marianne is lerares, een collega dus. Zo’n pelgrimstocht werkt op je spraaklust.

 Ik mag op zolder slapen. Op deze manier is pelgrimeren erg leuk.

 

03-03-2004 (Vianen-Gorinchem)

 Het is 8.10 uur als ik verder ga. Vandaag van Vianen naar Gorinchem langs het Merwedekanaal.

Langs het kanaal is het mistig en klam. Mijn sokken aan mijn rugzak drogen zo niet echt. Over de hele lengte van het kanaal loop ik langs een bomenrij. De bomen hangen schuin boven het pad. De mist druppelt gestaag van de takken naar beneden. Mijn capuchon moet op.

Om 11.00 uur trekt de mist eindelijk op. Halverwege passeer ik Meerkerk. Alle café’s dicht. Geen koffie. Op het dorpsplein staan bankjes waar ik even ga rusten naast de plaatselijke ‘hangouderen’. De mensen zijn nu al niet meer te verstaan. Ze spreken in dialect.

In Arkel neem ik weer een rustpauze. Even naar José gebeld. Thuis wordt een nieuwe CAI-kabel gelegd. Het lijkt nu al de ver-van-mijn-bed-show.

Vlak bij Gorinchem spreek ik een voorbijgangster. Zij reageert op mijn Jacobsschelp. Ze heeft een vriend in Spanje, daarom zag ze meteen dat ik een pelgrim was. We praten wel 15 minuten geanimeerd over van alles en nog wat. Zo’n schelp achter op je rug heeft een leuk effect op andere mensen. Ik voel me al meer een echte pelgrim.

Om 13.30 uur loop ik zo tegen mijn volgende overnachtingsadres aan. Het ligt vlakbij het centrum van Gorinchem. Omdat het nog zo vroeg is loop ik door en neem ik een biertje op een terras in het centrum. Het is nu prachtig weer. Een stempel haal ik in het postkantoor. De man achter het loket heeft  een brabants accent. Hij vertelt dat ik vandaag al de derde ben!

Rond half vier bel ik aan bij Fred en Wilma. Fred is een vriend van mijn broer Jan. Hij vond het geen probleem mij onderdak te verlenen voor een nacht. Ze wonen in een prachtig huis aan het water vlak bij het centrum. Gelijk sokken wassen en over de verwarming leggen. Weer geniet ik van een hartelijk onthaal. Tot 24.00 uur met Fred zitten praten. Natuurlijk hebben we het over mijn broer Jan, die nog maar pasgeleden is gestorven. Fred heeft op de begrafenis nog een mooi woordje gedaan. Fred heeft een grote pan met soep gemaakt, die moet voor het slapen gaan op. Dat zou Jan ook gedaan kunnen hebben.

 

04-03-2004 (Gorinchem-Oosterhout)

Om 8.00 uur loop ik al weer door een stil Gorinchem. Ik wil met de veerpont naar Sleeuwijk. Op de kade moet ik nog even wachten. Ineens krijg ik het gevoel dat ik nodig naar het toilet moet. Alles zit dicht, wat nu? Een echt pelgrimsprobleem. Struiken vind je niet in de stad.

Gelukkig is er een hotel waar ik licht zie branden. Met mijn rugzak op stap ik naar binnen. De vrouw achter de receptie vindt het geen probleem. Opgelucht weer terug naar de kade. Mijn veerboot net gemist. Om 9.20 uur stap ik aan boord. Wat een mooi uitzicht over de rivier en ook weer mooi weer.

 

  

De kade aan de Waal bij Gorinchem

 

Naar Raamsdonkveer is het bijna de hele tijd langs de snelweg. Saai. In Raamsdonkveer een stempel gehaald in het postkantoor.

 Vandaag loop ik naar Oosterhout. Naar ome Lou en tante Jo (van de kant van José). In Oosterhout kan ik de Geldershof niet vinden. Ik probeer het te vragen aan een ouder echtpaar op de fiets. Die fietsen erg hard door zonder te stoppen. Zeker bang voor een vreemd type met rugzak.

Bij de GAMMA hebben ze nog nooit gehoord van een Geldershof. Wel van de Teldershof. Juist! Rond 15.30 kom ik aan. Ze wonen in een flat ergens boven. Ome Lou had al uitgekeken naar me, maar we zijn elkaar misgelopen. Het is erg gezellig. Alle omes en tantes van José zijn gezellig. Ik heb het maar weer getroffen.

Hier had ik een rustdag gepland. Dus ik kon even lekker uitzakken.

 

 

05-03-2004 (rustdag)

Vandaag rust. Tante Jo heeft een foto van een Zouaaf op de kast. Daar had ik al wel eens wat over gelezen in de NIVO thuis. Drie Volendammer broers van Zwarthoed zijn ook bij de Zouaven geweest. Zouaven waren de soldaten van de paus in de 19e eeuw. Oudenbosch, vanwaar de Nederlandse Zouaven vertrokken om de paus bij te staan in zijn strijd tegen Garibaldi, ligt hier niet zo ver vandaan. Gelijk een heel gesprek met tante Jo. Ze had er een boek over in de kast. Dat heb ik gelezen. Interessant. Al dat gekonkel in de 19e eeuw met de pauselijke staat en Garibaldi. Ome Lou en tante Jo waren al eens in Santiago geweest. Daar hadden ze ook boeken van. Dus ik hoefde me niet te vervelen.

’s Middags gaan we met de auto naar Drimmelen aan de Biesbosch, daar hebben we een stukje gewandeld en in het bezoekerscentrum rondgekeken. Al met al heb ik het  naar mijn zin.

Toch hangt er een droevige schaduw over deze dag. Een andere tante van José, een zus van ome Lou is overleden. Tante Nel belde met dat bericht toen ik hier was. Desondanks doen ze erg hun best om mijn verblijf hier zo prettig mogelijk te maken.

 

06-03-2004 (Oosterhout-Chaam)

Vandaag om 7.00 uur opgestaan. Het sneeuwt lichtjes buiten. Tante Jo heeft een lunchpakket voor me klaargelegd met kennis van zaken: drie gekookte eieren, twee pakjes drinken, twee bananen en boterhammen. Geweldig.

Om 8.00 uur begin ik te lopen naar de laatst geplande halteplaats in Nederland. Vanavond slaap ik bij de familie Loomans. Mevrouw Loomans is de zus van de buurman van mijn schoonzus Astrid in Chaam, vlak bij de belgische grens.

Halverwege Rijen doe ik mijn knalgele regenhoes om de rugzak en trek ik mijn regenbroek aan. De sneeuw is overgegaan in een natte miezer. Het is ondanks het weer een prachtige wandeling door de brabantse bossen. Rond 14.30 uur kom ik aan bij Chaam. Het weer is inmiddels een stuk verbeterd. De familie Loomans woont in een boerderijtje even buiten Chaam. Voor ik me meld haal ik eerst weer een stempel bij het plaatselijke postagentschap.

Als ik aanbel is Ria Loomans net aan het werk achter in de tuin. Ik mag alvast in de huiskamer uitrusten.

’s Avonds eten we brandnetelsoep en kabeljauw met worteltjes en aardappelen. Meneer en mevrouw Loomans heb ik hiervoor nooit ontmoet. Prachtig dat ze mij als onbekende pelgrim toch onderdak verlenen. We praten over van alles en nog wat. Meneer Loomans is scheikundeleraar en mevrouw Loomans heeft ook in het onderwijs gezeten.

Ik slaap in mijn slaapzak op een bed in een kamer naast de keuken. De deur moet goed dicht. Ze hebben twee poezen die ’s nachts beter gescheiden kunnen doorbrengen. Als ik naar het toilet moet moet ik er aan denken de deuren goed af te sluiten anders komen die poezen toch bij elkaar.

 Ik was er voor gewaarschuwd, om 3.30 uur ’s nachts klinkt er een ontzettend hard geluid uit de keuken naast mijn slaapplek. Het lijkt of er iemand heel hard in de rondte stampt op een houten vloer. Het is de broodmachine.

 

07-03-2004 (Chaam-Belgische grens-Westmalle)

Toch goed geslapen. Om 6.30 uur maakt het gefluit van de vogels buiten me wakker. We ontbijten met vers eigengebakken brood. Hoezo luxe?

8.10 Uur vertrek ik uit Chaam richting belgische grens. Het is mooi rustig weer. Bij de grensovergang, weer zo’n mijlpaal, maak ik een foto. Ik ben apetrots dat ik op eigen voeten Nederland ben uitgelopen.

Ik heb nog geen slaapadres. De jeugdherberg in Zoersel waar ik een overnachting gepland had zit nog dicht. Ik gok op de abdij van Westmalle. Van andere pelgrims weet ik dat daar wel eens mensen overnachten.

Te Minderhout drink ik koffie in een kroeg. Het is de stamkroeg van een wielrennersclub zo te zien aan de foto’s die er hangen. (een blote dame op een tafel in de kroeg omringd door wielrenners) Later komt er ook een ploeg wielrenners binnenvallen voor een biertje. Je zit er heel gezellig. In de toiletruimte vul ik mijn veldfles met water onder de kraan van het fonteintje voor ik weer verder ga. In Rijkevoorsel haal ik voor de zekerheid een brood uit een broodautomaat langs de weg. (wat handig in België) Ik ben immers niet zeker van een overnachtingsadres en of ik daar wel eten kan krijgen.

Na 35 kilometer sta ik om 17.30 uur voor de poort van het klooster. Ik verzamel al mijn moed, ik vind dit best eng, en pak de grote ijzeren klopper aan de deur. Het echoot nogal luid.

 Het klooster van Westmalle

 

Even later gaat een klein luikje achter tralies open. Ik stel me voor. Broeder portier laat me binnen. Hij verwijst me mompelend (het is denk ik een stille dag voor de broeders) naar de gastenbroeder die in het hoofdgebouw ergens verblijft. Achter het poortgebouwtje loopt een pad door de kloostertuin. Dat pad moet ik volgen en daar de eerste deur die ik zie naar binnen. Binnen is een soort bibliotheek, een eetkamer, een grote keuken en een telefooncel. Ik zie niemand. Ik loop een tijdje rond, voorzichtig kloppend op de deuren. Net als ik terug wil gaan naar de portier roept er iemand. Daar is de gastenbroeder.

De gastenbroeder wijst me de eetzaal, de kapel en als laatste het gastenverblijf. Hij nodigt me uit voor de gebeden in de kapel.

Ik ben de enige gast in het gastenverblijf. Er zijn wel 30 kleine kamertjes met een bed, een wastafel en een bureautje. De toiletten en douches zijn op het einde van de gang. De broeder vraagt me ook hoe lang het is geleden dat ik voor het laatst gegeten heb. Mijn antwoord heeft als resultaat dat ik om 18.15 aan tafel mag in de eetzaal. Behalve mijzelf  zit er nog een meisje aan tafel. Ze is net in de twintig volgens mij. We eten brood met kaas en kruidenthee. De broeders eten apart. Het meisje praat niet veel. Als ik vraag wat ze hier doet vertelt ze dat ze hier al een paar maanden in het klooster logeert. Ze is hier om het geloof te zoeken. Ik denk dat ze mij maar storend vindt, ze komt niet echt los.

Na een half uur ben ik uitgegeten en help ik het meisje bij het afwassen.

De gastenbroeder komt langs om te vragen of het eten gesmaakt heeft. Ik maak van de gelegenheid gebruik om hem een stempel te vragen. Het is een hele mooie stempel.

Later ga ik naar de kapel. Daar zitten de broeders tegenover elkaar in twee rijen op houten banken. Ook veel mensen uit het dorp zijn in de kapel aanwezig. Ik vond het heel bijzonder. Samen bidden en zingen. Goed voor een pelgrim.

 

 

08-03-2004 (Westmalle-Nijlen)

Ik had me voorgenomen de dag te beginnen met de ochtendviering van de broeders. Om 7.00 uur zit ik in de kapel. Vandaar om 7.35 uur naar de eetzaal voor het ontbijt. Het meisje is er niet. Zij vast zeker. Ik neem twee boterhammen met kaas mee voor onderweg.

Rond 8.00 uur vertrek ik uit het klooster. Ik geef de gastenbroeder € 10. Hij wil het eerst niet hebben, maar pakt het toch aan.

Heerlijk weer. Ik wandel langs bossen en landerijen. Onderweg stap ik een restaurant binnen voor een kopje thee. Binnen zit een heel gezelschap aan lange tafels. Een bruiloft of een jubileum of zo. Ik krijg toch mijn kopje thee en mag mijn veldfles weer vullen. Eén hele muur in het restaurant wordt in beslag genomen door zo’n ouderwetse muziekinstallatie met orgelpijpen en dansende poppetjes en dergelijke. Al om 13.30 uur kom ik aan bij de jeugdherberg ’t Pannenhuis in Nijlen. Het staat in een bos aan de rand van de bebouwde kom. De herberg is nog niet geopend. Pas om 17.00 uur kan ik naar binnen.

Vlak bij staat een taveerne. Daar drink ik weer een kopje thee. De kroegbaas is een aardige vent. Hij vraagt of ik op den velo ben gekomen. Hij is stom verbaasd als hij hoort dat ik hier heen ben komen lopen uit Nederland. Spontaan krijg ik een biertje aangeboden. Wanneer ik vertel dat ik wil overnachten in de jeugdherberg zegt de kroegbaas dat ik wel mag eten bij hem. Dat durf ik niet aan te nemen, maar ik waardeer zijn goedheid heel erg. Ik werd er verlegen van.

In de tuin van de jeugdherberg wacht ik tot hij open gaat. Er staan allerlei wrakke en verregende bankjes en stoelen. Om half vijf mag ik al naar binnen. Voor één overnachting met een warme maaltijd en een ontbijt betaal ik € 24,50. Daar zit een toeslag van € 3 bij omdat ik nog geen lid ben. Ik krijg wel een zegeltje. Met zes zegeltjes wordt ik alsnog lid.

Voor het eten was ik mijn ondergoed en sokken. Ik hang alles over twee stoelen in mijn kamer.

 

kamer in jeugdherberg

 

Ik hoop maar dat alles morgen droog is.

Eerst dacht ik dat ik alleen was in de herberg, maar ’s avonds komen er nog twee Egyptenaren en een Turk binnen. Zij werken in de haven van Antwerpen. Ze laden en lossen containers. Later komen we aan de praat als ze aan tafel zitten in de recreatiezaal. Ze willen weten wat ik hier doe. Onze voertaal is steenkolenduits. Als goede mohammedanen weten ze wat een hadj is. Van Santiago hebben ze nog nooit gehoord. Als ik vertel dat ik op vakantie in Egypte ben geweest komt het gesprek pas goed op gang. De Egyptenaren willen weten hoeveel ik betaald heb voor mijn reis naar Egypte en wat ik van Egypte vond. Hoeveel kinderen ik heb en wat die er van vinden dat ik zo lang weg ga. Ze vragen of ik geen last heb van mijn voeten. De oudste Egyptenaar heeft in militaire dienst gezeten en vertelt dat hij elke dag 10 kilometer moest lopen langs de grens met Israël en dat hij daar zoveel blaren van kreeg. Toen kwam het nog op allerlei andere bedevaartsoorden in Egypte en Turkije, over de koptische christenen in Egypte en over het huis in hun thuisland waar ze voor spaarden door overal in Europa te werken. Om 24.00 uur ga ik naar bed.

 

09-03-2004 (Nijlen-Mechelen)

 Om 8.00 uur ontbijt in de eetzaal van de jeugdherberg. De beheerster van de herberg zet een mandje neer met brood, kleine pakjes boter, ham, en jam. Er is genoeg. Ik neem wat brood mee voor onderweg.

8.45 ben ik weer op weg voor de volgende etappe naar Mechelen. Langs het Netekanaal naar Lier. Lier is een prachtig stadje uit de 12e eeuw. Ik was hier nog nooit geweest. Op de grote markt drink ik een kopje thee in een deftig aandoend café-restaurant waar veel winkelende mensen even koffie drinken. Het weer was tot dusver goed vandaag, maar allengs verschijnen er meer en meer wolken aan de lucht.

Het begint weer zachtjes te sneeuwen, hele kleine vlokjes. Ik doe mijn regenhoes maar weer over mijn rugzak en trek de regenbroek aan.

 

Mechelen

 

Na een tijdje zoeken, ik loop er twee keer langs zonder hem te zien, vind ik de jeugdherberg vlakbij het centrum in Mechelen naast de hogeschoolcampus in een heel modern gebouw. De ingang is aan de achterkant. Ze zijn open maar ik mag alleen mijn  rugzak alvast neerzetten. Tot 17.00 uur breng ik de tijd door in een café aan de overkant van de straat. Het is steenkoud geworden en het sneeuwt hevig. Buiten rennen mensen naar de bus met tassen boven hun hoofd. Het is ineens winter. Ik ben blij dat ik binnen zit.

De herberg kost me € 18,50 inclusief ontbijt. Ik heb weer een driepersoons-kamer voor mij alleen. Deze keer zijn de douche en het toilet op de kamer en ik kan hem op slot doen. Warm eten maken ze niet hier. Dat is alleen bij grote groepen. Ik eet in een pizzeria. Morgen wordt het moeilijk want er is geen jeugdherberg meer op loopafstand.

 

10-03-2004 (Mechelen-Londerzeel)

Ik sta om 7.00 uur op. Om 8.00 uur ontbijt. Ik schrijf mijn eerste brief naar de Zuidwester. Ik heb Jaap beloofd dat ik minstens tien brieven zou schrijven. Om 9.00 uur loop ik naar het postkantoor om de brief op de bus te doen. Daarna het centrum in om de mooie kerk te bekijken en een kopje thee te drinken. Het weer knapt tijdens het lopen een beetje op.

In Londerzeel is een camping volgens de boekjes. Op het stadhuis vraag ik een stempel. De ambtenaren daar vinden het reuze interessant dat ik naar Santiago loop. Ze bieden me een groot glas water aan en bellen de camping voor me op. Heel aardig van ze. De camping is open. Het is nog een heel eind lopen van het stadhuis. Hij ligt aan de snelweg. De mevrouw achter de balie vertelt me dat ik vlak bij het toilethok kan staat op een klein stukje gras. Dat is wel handig vind ik. Als ze de prijs noemt, € 12,50, val ik bijna van mijn stoel. Dit is buitensporig vind ik voor een puptentje in me eentje. Er valt niet over de prijs te marchanderen zegt de vrouw pinnig. Bijna loop ik weg, maar ik besef dat ik geen keus heb, er is niets anders. Ze voelt mijn boosheid denk ik een beetje aan want ze geeft er tenslotte een douche-munt gratis bij. (De camping heet Diepvennen)

Nog net kan ik mijn tentje droog opzetten. Het begint te regenen en het wordt weer erg koud. Gelukkig is het douchehok verwarmd. Er komt als ik wil gaan koken een meneer langs. Hij wil met me praten over mijn tocht. Hij heeft gehoord over mij van een ambtenares op het stadhuis. Zo primitief als ik wil hij het niet, maar in april gaat deze meneer vanuit Le Puy ook naar Santiago lopen. Hij wenst me veel succes.

Het koken is problematisch. Omdat het regent zit ik gebogen in mijn tentje met mijn benzinebrandertje half buiten. Maar na 15 minuten eet ik macaroni met ham en kaas in tomatensaus. De eerste keer dat ik kampeer op mijn pelgrimstocht. ’s Nachts slaap ik met een warme kruik in mijn slaapzak.

11-03-2004 (Londerzeel-Denderhoutem)

’s Morgens eet ik een restje brood met ham. Het regent nog steeds. Hoe krijg ik mijn spullen droog ingepakt? Vlak bij de tent staat een houten huisje om te picknicken. Daar leg ik mijn spullen zolang neer tot ik de tent heb afgebroken. Het is koud en nat. Mijn tenen en vingers voelen bevroren aan. Mijn tent gaat nat de rugzak in. Gelukkig zit alles in plastic zakken. De rugzak voelt kilo’s zwaarder aan.

Gaandeweg knapt het weer op. Het is weer een schitterende route. Pas om 18.30 kom ik bij de geplande camping in Denderhoutem aan na twee keer misgelopen te hebben. De camping is nog niet open zo vroeg in het jaar. Gelukkig vindt de beheerder die naast de camping woont het geen punt dat ik mijn tentje neerzet. Ik krijg zelfs een kopje koffie in de keuken. Er is geen sanitair, maar ik mag de kraan achter het huis gebruiken en een emmer lenen. De kraan is nog helemaal in doeken gewikkeld tegen de vorst ’s nachts. Met de restjes van gisteren kook ik weer macaroni. Ik was alles af in de emmer, het is al donker. Gelukkig is het droog.

Naast de camping is een taveerne. Daar zitten deze avond allemaal jongeren die naar de televisie kijken, een spelletje kaart spelen of een biertje drinken. Een aantal mannen spelen een spel met munten die ze in een bak smijten van grote afstand. De bedoeling is dat ze in een gat schuiven. Degene met de meeste munten in het gat wint. Aan de wand hangt een heel groot televisiescherm. Ik ga ergens aan de kant zitten. Daar neem ik een kopje koffie en schrijf in mijn dagboek.


Het is vannacht zo koud dat ik maar mijn fleece aanhoud en een bivakmuts op doe in mijn slaapzak. De warme kruik gaat ook weer in de slaapzak.

                        Voor mijn tent in Denderhoutem

 

12-03-2004 (Denderhoutem-Geraardsbergen)

Voor ik iets kan gaan inpakken moet het eerst licht zijn. Pas om 9.00 uur ben ik klaar om te vertrekken. Ik heb geen ontbijt meer. In het eerstvolgende dorp zoek ik een bakker of een supermarkt.

Tot Geraardsbergen loop ik de hele dag langs de Dender. In Ninove drink ik een kopje thee. Iedere dag loop ik toch maar weer door de mooiste streken. Het is genieten. Het weer blijft voorlopig goed. Bij Geraardsbergen komt mijn eerste berg-étappe. Een steile klim van drie kilometer lang. Het valt niet mee met rugzak. Vier kilometer zuidelijk van Geraardsbergen ligt mijn volgende camping bij taveerne d’ Oudenpomp. Het begint te gieten. Ik zet mijn tent op in de stromende regen. Alles moet eerst van binnen drogen.

De taveerne is heel warm en gezellig. Ik kan daar eten voor € 7,50. Een visschotel met salade, soep en taart. De waardin brengt me extra salade voor de vitaminen. De camping kost slechts € 4. De andere gasten vragen me wat ik hier doe met een rugzak. Ze vinden het dapper dat ik het aandurf. Ik krijg ook weer een biertje aangeboden.

Weer bij mijn tent was ik mijn sokken. De douche doet het helaas niet. Ik ga vroeg naar bed. Ik heb nog maar net mijn hoofd neergelegd of er klinkt naast mij luide muziek. Het gaat tot drie uur in de nacht door. Mijn tent staat naast een grote bruiloftszaal. (Toen ik aankwam dacht ik dat het een nog ongebruikte recreatietent was.) Er lopen steeds mensen luid pratend langs mijn tent. Auto’s rijden af en aan. Portieren slaan. Claxons. Evengoed slaap ik in.

 

13-03-2004 (Geraardsbergen-Lahamaide)

 Om 8.00 vertrek ik. De tent is droog. Dat is een meevaller. Tot Lessines zie ik geen winkel of postkantoor. In Lessines stap ik een café in voor een kopje thee. Achter de bar staat een wat verloederd Hells-angel-type. Hij heeft tatouages van zijn tenen tot zijn kruin. Kan auditie doen voor de Pirates of the Caribbean. Aan tafel zitten een paar mensen aan de glazen bier

 ’s morgens vroeg. Het meubilair heeft al voor hete vuren gestaan. Het toilet is nog van voor Napoleon. Thee verkoopt hij niet maar koffie wil hij wel voor me maken. Na een minuut of tien blijkt het toch best een aardige man te zijn. Schijn bedriegt. Hij vult mijn veldfles achter de bar en ik krijg er gratis citroensap bij. Dat is goed voor een loper maakt hij duidelijk in het Waals.

Er is markt in Lessines. Ik koop kaas en een sinaasappel. Brood heb ik nog. Op een bankje geniet ik van mijn ontbijt om 10.00 uur. Het weer knapt al meer op.

Rond 15.00 uur kom ik aan in Lahamaide. Aan de weg passeer ik een bistro. Ik stap naar binnen en vraag om een kopje thee. De barjuffrouw spreekt Nederlands en is erg aardig. Ze vertelt me dat er één kilometer verder een camping is. Dat is boffen. De camping is nog niet open, er staan alleen een paar vaste gasten in stacaravans. De beheerder woont er naast. Op het erf lopen een paar vervaarlijke honden. Ik probeer aan de poort de blik te vangen van iemand binnen. Dat lukt. Een mevrouw sluit eerst alle deuren aan de voorkant af en komt dan aan de achterkant naar buiten om me te woord te staan.

De toiletten zijn nog gesloten. Maar ik mag wel gebruik maken van de wasbak en het toilet in het schuurtje naast het huis. Het is een wat bouwvallig schuurtje waarin wat tafels en stoelen opgestapeld staan en een oude bank. Er staan ook wat elektrische kacheltjes her en der en helemaal achteraan is een open haard. Bij de deur staat een koelkast met een hangslot erop. Alles is overdekt met een dikke laag stof. Alleen de koelkast niet. Die is schoon. Volgens de vrouw is het de recreatieruimte van de camping. Ze zijn natuurlijk nog niet klaar voor het seizoen. Ze vraagt € 5,50 voor een sta-plek. Dat is een redelijke prijs. Als mijn tentje staat maak ik een noodrantsoen op. Ik had er twee meegenomen van Beverzwerfsport. Het is een maaltijd, vacuüm verpakt in folie waar je alleen water bij moet doen en dan warm maakt. De maaltijd is bedoeld voor twee personen, maar ik lust het makkelijk op in mijn eentje. Het smaakt heerlijk. Dat scheelt weer gewicht in mijn rugzak.

’s Avonds gaat de recreatieruimte open voor de vaste gasten en het personeel van de camping. Alle stoelen gaan aan de kant. De open haard wordt aangestoken en de koelkast gaat van het slot. Voor € 2 krijg ik koffie en een pilsje. Ik versta niet veel van het Waals. Maar het is hartstikke gezellig. Ze doen moeite om met me te praten ondanks de taal. De vrouw van de campingeigenaar probeert me de verschillen uit te leggen tussen de Waalse taal en het Frans. In Wallonië schijnen ze vélo tegen fiets te zeggen en in Frankrijk bicyclette. Hoe later het wordt hoe schoner het volk. Deze mensen doen me denken aan de Hillbillies van vroeger op de televisie. De camping heeft een soort buurthuisfunctie. Er komen steeds meer mensen bij. Eén van de gasten houdt de consumpties bij op een bierviltje.

’s Nachts moet ik naar het toilet. Het bier moet eruit. Maar de de recreatieruimte zit op slot. De eigenaar slaapt en er staat een hond op het erf met ogen van het formaat wagenwielen. Gelukkig staan er veel struiken op de camping.

 

14-03-2004 (Lahamaide-Tournai)

’s Morgens wanneer ik opsta slaapt de eigenaar nog steeds. Geen water of toilet dus. Gelukkig heb ik nog een flesje water in mijn rugzak. Ik scheer me in de dop van de thermoskan.


                        Op de camping van Lahamaide

 

Om 8.30 uur heb ik ingepakt en ben ik weg. Aan de overkant van de straat is een winkeltje met van alles. De winkeljuffrouw vult mijn veldfles graag.

Mijn volgende stop voor een kopje koffie is in Frasnes-les-Anvaing. De route is ontzettend heuvelachtig en ik heb een heel harde wind tegen. Het is zwaar lopen. Iedereen zit binnen.

Rond 16.00 uur loop ik Tournai binnen. De oude stad heeft heel kenmerkende torens die je al van ver kan zien. Het eerste het beste café stap ik in voor thee en water. Er hangt ook een plattegrond van de stad. De jeugdherberg staat er op. De jeugdherberg is vlak bij het oude centrum van de stad. Vandaag was een zware dag. Zo’n 35 kilometer gelopen. Ik ben bekaf als ik om 17.00 uur naar binnen mag. Morgen neem ik een rustdag om al mijn kleren eens goed te wassen. Voor twee dagen betaal ik € 33,50 met twee keer ontbijt. Ik doe eerst de was in een wasbak en hang het over de stoelen in mijn kamer. Daarna lekker gegeten in een pizzeria. Als ik ’s avonds terug kom moet ik via een zij-ingang naar binnen met behulp van een pin-code. De vloer in mijn kamer ligt vol met plassen water van de druipende was.

 

15-03-2004 (rustdag)

Lekker geslapen. Ik zit alleen in de eetzaal te ontbijten. Na het ontbijt ga ik als toerist de stad bekijken. In een café wat gedronken en mijn moeder gebeld. De kathedraal staat jammer genoeg geheel in de steigers.

 De rest van de dag verveel ik me een beetje en doe de was.


Grote markt in Tournai

 

Het weerbericht op de t.v. geeft voor morgen warmer weer, maar nog steeds zuid-westen wind, tegenwind dus.

 

16-03-2004 (Tournai-Saméon)

Ontbijt om 7.45 uur. Gisteravond is er een hele schoolklas met Waalse kinderen neergestreken op schoolreisje. Wat een drukte ineens. Dat heb ik al een tijd niet meer meegemaakt. Alle tafels zijn gedekt. Ik heb moeite een plekje te vinden. Voor mijn ontbijt moet ik wat van het andere gezelschap pakken. Op mij is niet gerekend. De schoolleiding maakt er geen punt van, ik ook niet.

Vandaag passeer ik de Franse grens. Weer een mijlpaal. Ik heb vandaag het mooiste weer van de wereld. Ik krijg het zelfs warm. De mensen onderweg zijn ook heel aardig. Ze bieden me een hele fles bronwater aan als ik om water vraag. De grens stelt niets voor. Alleen te herkennen aan een wachthokje dat niet meer in gebruik is. Maar ik maak wel een foto van mezelf om dit heuglijke feit te vieren.

In Frankrijk zijn alle cafés vandaag dicht. Gelukkig heb ik in België nog wat brood en beleg gekocht, want winkels kom ik ook niet tegen.

Ik passeer de mairie en de camping van Rumegies. Dicht! In Saméon tref ik twee dames die de mairie juist willen verlaten. Vlug vraag ik ze om een cachet. Die moeite willen ze voor mij nog wel doen.


Even buiten Tournai