Route Roncesvalles – Burgos
![]()

13-05-2004 (Roncesvalles – Larrasoaina)
Om 6.00 uur stipt gaan de lichten weer aan. Maar al zeker een uur eerder is het ritselen en gerommel van vroege vertrekkers begonnen. Zogenaamd stil en rustig schijnen de LED’s van de hoofdlantaarns in je ogen en struikelen ze over je schoenen in het donker. Dat hoort er bij in een refugio. Klagen ga ik niet want dit is een feest in vergelijking met het wildkamperen van de weken hiervoor. Onderdak en eten waar je iedere dag op kan rekenen en voor weinig geld. Geweldig.
Om 8.00 uur moet iedereen weg zijn. Dat is de regel in de refugio. Je mag er ook maar één nacht verblijven. Om 7.00 uur zit ik op de route. Vanaf nu wil ik de bordjes volgen. De weg wordt aangegeven door middel van gele pijlen op straten en muren en paaltjes met de Jacobsschelp.
De route is schrikbarend. Door alle regen van de afgelopen dagen ligt er een enkeldiepe laag modder op het pad. Bovendien is het geplaveid met een onregelmatig verspreide laag stenen die schots en scheef op de grond liggen. Je glijdt alle kanten op. Binnen de kortste keren zit ik tot aan mijn middel onder de modderspatten.
Tot overmaat van ramp verlies ik mijn evenwicht. Ik rol om in de modder. Mijn rugzak en jas zitten nu ook onder een dik plakkaat modder. Bij een beekje naast het pad dep ik alles min of meer schoon met behulp van een schuursponsje. Tussen de wandelaars door fietsen massa’s Spaanse crossfietsers. Iedere keer moeten we aan de kant. Een kant die nauwelijks begaanbaar is. Desondanks is het toch genieten van het landschap. Het weer is mooi. Ik loop samen op met twee Duitse dominees. Om 15.30 kom ik aan in Larrasoaina.
De refugio is in het oude stadhuis. De burgemeester zelf ontvangt de pelgrims. Er zijn geen bedden. De matrassen liggen op de vloer over het hele oppervlak van de kamers. Voor we onze spullen op de kamer mogen zetten moeten we alles schoonboenen met emmers water en tuinslangen op het terras. Het is een komisch gezicht. Tientallen mensen op ondergoed druk aan het schoonmaken. Het kost € 5 om hier te overnachten. Op een meter of vijftig van het stadhuis is een restaurant waar we koffie gaan drinken en eten voor € 10. ’s Avonds is het voorzichtig lopen langs en over de matrassen op de vloer met slapende en rustende mensen. Ik lig naast een Spanjaard, Pablo uit Valencia, die de hele tijd grappen maakt. Aan de andere kant ligt een Braziliaan die ’s nachts met wanten aan in de slaapzak ligt terwijl het warm zat is binnen.

Foto boven: De route naar
Larrasoaina. Foto beneden: Refugio Larrasoaina


Modder
14-05-2004 (Larrasoaina – Pamplona)
Ze zijn net begonnen. Om 5.00 uur staat de kleine Spanjaard al op. Hij mompelt wat excuses als hij over mijn benen
Struikeld. Omdat ik toch al wakker ben sta ik om 5.30 uur op. Om 6.00 uur loop ik al langs de weg. Het is nog donker. Gezien mijn modderige ervaringen van gisteren ben ik van plan weer over de asfaltweg te gaan lopen naar Pamplona. Het is maar 15 kilometer, dus kan ik vroeg in Pamplona zijn en wat van de stad zien. Pablo en wat andere Spanjaarden lopen met een enorm tempo voor me uit. Dat kan ik niet bijhouden met mijn rugzak en grote laarzen. Ik loop al gauw weer alleen. Langs de N135 is het enorm druk met vrachtwagenverkeer. Om 9.00 uur koop ik brood langs de weg bij een bakker. Ik ontbijt in een chauffeursrestaurant. Aan een tafel zit een dikke sigarenrokende man met een pak brieven. Alle binnenkomende chauffeurs komen bij hem langs om hun reisdocumenten in ontvangst te nemen. Een grote televisie aan de wand staat aan met het Spaanse nieuws. Iedereen ontbijt aan de bar. Je kan er bocadillos kopen, een soort halve stokbroden met beleg. En tortillas, een soort taart van aardappelen met spek en chorizo. Verder nog een heleboel zachte en zoete cake-achtige producten.
Dan weer verder langs de weg. Zonder erg raak ik bijna de
snelweg op. Het gebrek aan een echte wegenkaart eist nu zijn tol. Maar via de
mooie parkachtige buitenwijken van Pamplona kom ik toch in het centrum. Ik moet
de kerk van San Saturnino zien te vinden, want daar is volgens mijn boekje de
refugio. Onderweg vraag ik het aan passanten. Drie keer wijzen ze me steeds een
andere kant op.Via het toeristenbureau kom ik uiteindelijk bij een
nonnenklooster om 10.30 uur. Daar zitten al twee jonge Frans-Canadezen te
wachten. Ze hebben de zusterportier al gesproken. De refugio gaat pas om 13.00
uur open. Ik zet mijn rugzak naast de deur en ga bij de Canadezen
Boven:
Plaza de toros in Pamplona Onder: Plaza
del Castillo
zitten.
Ze vertellen me dat ze de kost verdienen als soapacteurs in Frans Canada. Ik
ben van plan te wachten omdat ik een slaapplaats wil. Al gauw arriveren er grote
groepen pelgrims. Een groep jonge Zwitsers, Duitsers en een Hongaarse, van in
de twintig schat ik, wisselen elkaar af. Eén houdt de wacht en de rest gaat de
stad in. Ik raak aan de praat met een groepje Engelsen. Eén vrouw van mijn
leeftijd met haar man en een broer van haar. Ze zijn net begonnen. Zij heeft nu
al last van haar benen. Grote blaren op haar voeten. Er is ook een Australische
die nog nooit eerder op loopschoenen gelopen heeft. In Australië liep ze altijd
op slippers. Zij raakt volgens mij naar een dokter. Veel pelgrims zijn net
begonnen. Met alle ellende van dien. Ik voel me een beetje veteraan in dit gezelschap.
Uiteindelijk is er plek zat. De refugio heeft wel 100 slaapplaatsen. Je krijgt een bed op volgorde van binnenkomst. Het Frans-Canadese paar moet op grond van hun nummers op twee verschillende kamers. Ik ruil mijn nummer zodat dat probleem opgelost is. De Spanjaarden zijn erg bureaucratisch ingesteld. Tijd is tijd en nummer is nummer. Na een douche was ik mijn kleren. Er is een centrifuge.
De rest van de middag ga ik de stad in. Ik zoek een postkantoor en een winkel waar ze enveloppen verkopen. Dat is pech. Alle winkels gaan net dicht. Pas om 16.30 uur gaan de winkels weer open. Pamplona is een mooie stad met gezellige pleinen en terrassen. Ik schrijf mijn brief voor de Zuidwester in een bar aan de Plaza del Castillo. Om 17.00 uur breng ik de brief naar het postkantoor. Ik vind ook een winkel waar ze enveloppen verkopen.
In het klooster heb ik ook adressen gekregen van restaurants met een goedkoop pelgrimsmenu. Daar ga ik naar op zoek om 18.00 uur. Maar in Spanje eten ze pas om 21.30 uur. Dat is een probleem. Het kleine restaurant waar ik eten wil gaat om 19.00 uur open. Het staat in een studentenwijk. Ze willen een pelgrim wel vroeger bedienen gelukkig. Voor € 7,50 krijg ik wijn of bier, een linzensoep vooraf, als hoofdgerecht tortilla en chocoladeijs na.
![]()
15-05-2004 (Pamplona – Puente la Reina)
Ik heb lekker geslapen. ’s Morgens ga ik eerst ontbijten met gisteren gekocht brood in de recreatieruimte van het klooster. Daar zitten drie fietsers uit Haarlem. Ze kennen ook nog een paar Volendammers. Wat me opvalt aan fietsers is dat ze veel gehaaster overkomen en het de hele tijd over materiaal hebben. Wandelaars zijn meer bezig met de sociale kanten van het pelgrimeren. Je komt ook iedere dag weer dezelfde mensen tegen. Er ontstaat een soort groepsbeleven.
Om 7.30 vertrek ik uit Pamplona. Eerst door mooie parken en later langzaam een heuvelrug op die volstaat met windmolens net als in de Flevopolder. Alles staat in bloei. Het weer is prachtig. Bovenop de Perdónkam staat ook een modern pelgrimsmonument. De afdaling is veel moeilijker. Het pad ligt vol rolkiezels. Bij iedere stap moet je nadenken. Heel vermoeiend. Om 12.00 uur pauzeer ik bij een fontein in een dorp. Om 14.30 kom ik aan in Puente la Reina. Zo uit de middeleeuwen. Prachtige oude kerkjes waar het onkruid uit de muren groeit. Op de hoogste punten nestelen ooievaars.De refugio is heel mooi. Er is goed sanitair en zelfs een zonneweide met terras. Het pelgrimsmenu kost hier
€ 9 en is wat minder dan de vorige keren. Maar voldoende voor een pelgrim. Na 21.00 uur wordt het pas gezellig in de stad. Iedereen loopt buiten te flaneren, jong en oud.

Naar de Perdónkam met
de windmolens

Pelgrimsmonument
(copyright: Ben Noorloos)

Boven: Refugio Puente la Reina Onder: Puente la Reina


Puente la Reina
16-05-2004 (Puente la Reina
– Los Arcos)
Het was erg warm in de slaapkamer. Slecht geslapen. Om 6.00 uur opgestaan. Ontbeten in de recreatieruimte.
Ik ga weer op weg om 7.30 uur. Het is prachtig weer. Een mooie route met stadjes tegen een heuvel aangeplakt. Het ene prachtige vergezicht na het het andere ontrolt zich. Op naar Estella. Estella is een drukke plaats. Ik loop er snel doorheen. Ayegui zit er aan vast. Daar is een heel bijzondere bron. De bron wordt gesponsord door het wijnhuis Irache. Je kan er gewoon water tappen en Riojawijn. Er hangt een bord waarop gewaarschuwd wordt voor misbruik. Er is een webcam zodat je deze bron ook op het internet kan zien. Ik drink een wijntje uit mijn

Beroemde middeleeuwse
brug over de Río Arga bij Puente de la Reina
Onder: Lorca


Estella
mok. Niet meer want ik moet nog verder lopen. Sommige pelgrims vullen hele thermoskannen met wijn voor ‘s avonds.
Na de bron kan ik kiezen uit twee routes. De ene gaat linksom en de ander rechtsom. Ik kies links. Deze route gaat al snel de heuvels in en voert me door prachtige steeneikbossen. In de verte zie ik de heuvel van Monjardín liggen. Aan de voet van die heuvel ligt het plaatsje Villamayor waar ik een refugio wil zoeken voor de nacht. Ergens gaat het mis. Ik loop over smalle landweggetjes zonder plaatsnaambordjes of wegwijzers. Ik volg alleen de pijlen. Om 15.00 uur kom ik er achter dat ik Villamayor voorbij ben gelopen zonder erg. Ik besluit maar gewoon door te lopen langs de route. Maar het duurt wel drie uur voordat ik het volgende dorp Los Arcos tegenkom. De weg is heel eenzaam en ik kom werkelijk niemand meer tegen onderweg. Dat is best eng zonder kaart.

Boven: wijnbron na
Ayegui Onder: Monjardín

Om 18.00 uur loop ik opgelucht Los Arcos binnen. Een refugio is al gauw gevonden. € 6 voor een overnachting. Het is rustig in deze herberg. Ik raak in gesprek met een ouder Canadees echtpaar. Hij loopt met een bagagekarretje. Zij met een kleine rugzak. Daar kan veel meer gewicht op als in een rugzak. Ze blijven zes maanden in Europa. Dertig dagen Camino, tien dagen Barcelona en de rest van de tijd willen ze doorbrengen in West-Frankrijk. De man is gepensioneerd leraar en zijn vrouw geeft les aan de universiteit. Ik eet weer een pelgrimsmenu voor € 6. Veel en lekker.
![]()
17-05-2004 (Los Arcos – Logroño)
Om 6.00 uur opstaan. Ontbijten en weg om 7.30 uur. Een prachtige route. In het stadje Viana ga ik op een bankje wat brood eten.

Viana
Alle oudere hangjongeren zitten daar gezellig te praten en bewonderen hun kleinkinderen. Het wordt nu echt warm ’s middags. Heel vermoeiend. Vlak voor Logroño zit een oud vrouwtje langs de weg achter een kleine kraam met frisdrank en dergelijke. Daar kun je niet zomaar langslopen zonder aangesproken te worden door de vrouw. Ze eist bijna je pelgrimspaspoort op om er een stempel in te mogen zetten. Ik drink er gelijk maar een blikje cola.
In Logroño is een mooie refugio. Daar kom ik Bert van den
Beukel weer tegen. Hij heeft dezelfde foute afslag genomen als ik. Er is nog
een Nederlander uit Akersloot. Hij heet Theo Wullings. Hij loopt samen met een
Belgische vrouw, Françoise Lintermans.
Ze zijn elkaar langs de route tegengekomen. We eten vis in een restaurant met
een salade en fruit voor € 8. We bomen veel te lang door. In de refugio is het
donker en iedereen slaapt al. Een koor van snurkers.Ik moet in het donker mijn
bed nog opmaken. Om drie uur in de nacht wil mijn
Boven:
Landschap vlak voor Viana Onder:
het oude vrouwtje bij Logroño 
bovenbuurvrouw, een Canadese, uit haar bed stappen. Ze trapt bovenop mijn spullen die op een nachtkastje liggen. Gerommel in het donker en wat boze pelgrims die wakker worden. Na haar bezoek aan het toilet bied ik aan van bed te ruilen, zij beneden en ik boven. Maar ze pakt haar spullen en gaat ergens anders op de vloer liggen.
18-05-2004 (Logroño – Nájera)
Ik word wakker om 5.30 uur. In het donker sta ik op. Eerst scheren en ontbijten. Daarna doe ik voorzichtig de lichten aan in de slaapzaal om mijn rugzak in te pakken. Mijn was is nog niet helemaal echt droog, die doe ik een beetje losjes in de rugzak. Om 7.30 vertrek ik richting Navarrete. Eerst door buitenwijken en industriegebieden.

Landschap tussen
Logroño en Nájera
Daarna een prachtig landschap met op de achtergrond besneeuwde bergen. Ik heb nog nooit zoveel bergen gezien als hier in Spanje. We steken ook de Ebro over. Overal Riojawijngaarden. In Navarrete drink ik koffie in de zon. Het is weer erg warm. Gelukkig maar dat het warm is want in reisverslagen van andere pelgrims heb ik gelezen dat het hier ook vaak slecht weer kan zijn en dan zijn de paden hier denk ik onbegaanbaar. Het laatste stuk naar Nájera van zestien kilometer is er geen water onderweg. Ik vul al mijn veldflessen met water voor de zekerheid.
Het valt erg mee. Er zijn weinig hoogteverschillen. Om 14.15 uur ben ik in Nájera. Hier is de refugio donativo. Dat betekent dat je vrij bent iets te betalen of niets. Ik betaal € 5 voor de overnachting. Dat betaal je gemiddeld ergens anders in refugio’s. Ik vind het fantastisch dat er hier zoveel door vrijwilligers wordt gedaan voor de pelgrims. In ieder dorpje is er wel een refugio.
Deze refugio heeft maar één douche voor de mannen en één douche voor de vrouwen. Je kan het hete water niet met het koude water mengen. Dat betekent een koude douche.

Refugio in Nájera
De winkels gaan pas open om 17.00 uur. Dus ik ga eerst een biertje drinken. ’s Avonds eet ik een pelgrimsmenu voor € 7 met Bert samen. Om 22.00 uur ga ik slapen. Sommigen gaan meteen na aankomst al liggen. Die zijn blijkbaar erg moe. Ik kan niet zeggen dat ik moe ben. Deze tocht is goed te doen voor een geoefende loper. De bedden slapen beroerd. Als je ’s nachts naar het toilet moet zijn er allerlei afstapje en opstapjes en drie trappen die je moet nemen in het pikkedonker. Plus alle spullen en rugzakken naast de bedden die je moet ontwijken.
19-05-2004 (Nájera – Santo Domingo de la Calzada)
Wakker om 5.30 uur. Het is nu iedere ochtend schutteren in het donker met je spullen. Sommige lopers gaan al om 5.00 uur weg. Maar dat vind ik wat overdreven. Ik vertrek om 6.30 uur. Vroeg zat. Er is nu wel iedere ochtend wat getouwtrek om het licht. Vroege lopers willen het licht aan en ‘langslapers’ willen het licht uit. Dat levert vermakelijke situaties op. Ik probeer me er niet mee te bemoeien.

Landschap ergens bij Nájera
Vandaag is het maar 23 kilometer naar Santo Domingo. Weer een mooie route. Al om 12.30 uur ben ik er. Voor de ergste warmte. De refugio is in een oud gebouw vlak bij de beroemde kathedraal met het kippenhok. We worden ontvangen door een narrige oude vrouw. Ze spreekt geen woord over de grens. Ze ratelt maar door. Eerst krijgen we een stempel en moeten we een formulier invullen met je nationaliteit en de plaats waar je je tocht bent begonnen. Dan is het wat onduidelijk hoe het geregeld wordt met de slaapplaatsen. Na een kwartier gewacht te hebben beneden in de hal besluit ik alvast een plekje te zoeken boven in de slaapzaal. Dat was niet de bedoeling. Even later komt het vrouwtje boven met andere pelgrims. Ze pakt kwaad mijn rugzak en legt hem op het bed ernaast. Haar autoriteit mag niet in twijfel getrokken worden.
’s Middags bezoek ik de kathedraal. Zoeken naar het
kippenhok. Er zit een mooi verhaal vast aan deze kathedraal. In de middeleeuwen
was er een gezin op pelgrimage. De oudste zoon werd in de herberg door een
jaloerse afgewezen vrouw beschuldigd van diefstal. Daarvoor werd je in die tijd
opgehangen. De diepbedroefde ouders trokken verder naar Santiago. Daar klaagden
ze hun nood bij Sint Jacob. Op de terugweg deden ze weer Santo Domingo aan.
Daar had Sint Jacob hun zoon de hele tijd ondersteund zodat hij niet was
gestikt. Dol van vreugde om dit wonder togen ze naar de plaatselijke bisschop
die net bezig was een gebraden kippetje te verorberen. Hij 
Het kippenhok in de
kathedraal van Santo Domingo de la Calzada
zei pas te geloven in dit wonder als zijn kip wegvloog van zijn bord, hetgeen natuurlijk prompt gebeurde. De kippen in het hok in de kathedraal zijn de directe afstammelingen van de kip van de bisschop. De legende beweert dat als de haan kraait terwijl een pelgrim daar bidt dan betekent dat een succesvolle pelgrimage. Dus iedereen hoopt dat de haan gaat kraaien. Sommige pelgrims gaan zo ver dat ze steentjes gooien naar de kippen in de hoop dat de haan kraait. Bij mij kraaide de haan niet helaas. Bij Bert wel. Hoorde ik later. Dus die zit ondanks de nodige pech met zijn voet gebeiteld.
Bert ben ik trouwens kwijt. Die zit of in een andere refugio
of hij is verder gelopen. Dat kan gebeuren. ’s Avonds eet ik met Theo en Françoise
voor € 8,20. Weer een voortreffelijke 
Pelgrimspad voor Santo
Domingo
maaltijd. In de refugio ontmoet ik Ulli, een Duitser. Hij is een aantal jaar geleden met een kano vanuit Duitsland naar Londen gepeddeld uit protest tegen de aanleg van de Betuwelijn. Dat heeft destijds in de kranten gestaan. Het is een heel aanwezige grappige man.
![]()
20-05-2004 (Santo Domingo de la Calzada – Belorado)
Weer om 5.30 uur opgestaan. Vertrokken om 7.15 uur. Het weer is geweldig. Een makkelijke etappe. Heel veel langs autowegen, dat is een beetje saai. Om 12.00 uur ben ik al in Belorado. De refugio gaat pas om 13.00 uur open. In de tussentijd koop ik alvast eten voor morgen. De refugio zit heel snel vol. Er worden overal tussen de stapelbedden matrassen op de grond gelegd. De refugio wordt gerund door een Zwitserse samen met haar dochter. Ze spreken samen vijf talen vloeiend. Ik heb in het gastenboek gekeken. Er zijn vanavond 24 verschillende nationaliteiten in de herberg.
Een heel gesprek met Canadezen. Het gaat over het verschil met Amerikanen. Ze dragen allemaal speldjes met de Maple Leaf want ze vinden het vreselijk aangezien te worden voor Amerikanen. Amerikanen zijn veel te luidruchtig en dominant aanwezig vinden de Canadezen. Een Noorse heeft problemen met blaren. Ik geef er een paar van mij aan haar, zij kan ze beter gebruiken. Onderweg heb ik vandaag veel Amerikaanse toeristen gezien met bussen. Ze willen wat van de sfeer proeven en lopen ook een stukje mee van de route. Ze zijn direct te herkennen aan de nette kleding en minieme rugzakjes. Dat levert veel smalende reacties op van de échte pelgrims. Ik vind dat eigenlijk een beetje onzin. Iedereen is hier maar te gast.
![]()
21-05-2004 (Belorado – San Juan de Ortega)
Om 5.30 uur sta ik op als één van de laatste pelgrims. Idioot vroeg gaan de meesten al op pad. Dan is het nog donker. Ik snap niet hoe ze de pijlen in het donker kunnen vinden. Om 6.50 uur begin ik te lopen.


Aanwijsbord voor de pelgrimsroute
Onderweg kom ik ook Bert tegen samen met twee andere Nederlanders, Ben Noorloos uit Heinenoord en Jaap Drost uit Barneveld. Zij hebben alle drie de hele weg vanuit Nederland

Boven: dromedarissen
onderweg Onder: Villambistia met
karakteristieke drinkplaats


Boven: pad richting
San Juan de Ortega Onder: Bert,
Jaap, Ben en mezelf

gelopen hier naar toe. Om 13.00 uur bereik ik San Juan. De herberg zit al bijna vol. De mensen worden doorgestuurd. Er is geen winkel in dit dorp, wel een bar waar je kan eten. De douche is koud. Maar het terras in het zonnetje voor de bar vergoedt veel. Op het einde van de middag nadert er een donderbui. We zitten hier op 1000 meter hoogte dus het wordt ineens snel koud.
’s Avonds eten we in de bar voor € 5,20. En nog lekker ook.
Om 20.30 uur naar bed. Op de grond ligt iemand die probeert te slapen. Hij klaagt over ons luide praten als we binnenkomen. Het wordt al gekker! Veel pelgrims gaan meteen slapen bij binnenkomst. Ze staan extreem vroeg op en klagen dan over pelgrims met een ander dag- en nachtritme.
22-05-2004 (San Juan de Ortega – Burgos)
Wakker om 5.15 uur. Het is al een drukte van belang in de herberg. Sommigen proberen nog te slapen. Vergeefse moeite. Iemand doet het licht aan, een ander doet het weer uit. Een stompzinnig spelletje.

Landschap bij San Juan de Ortega (copyright: Jaap Drost)
Om 6.30 uur vertrek ik samen met de andere Nederlanders. Het is nog half donker. We lopen eerst nog door een mooi landschap op 1000 meter hoogte door het bos. In een bar onderweg drinken we koffie. Op de tv trouwt de Spaanse kroonprins. De Spanjaarden in het café kijken helemaal niet feestelijk.


De kathedraal van Burgos
Gaandeweg lopen we al meer op asfalt. Voor Burgos loopt de route langs fabrieksterreinen en we lopen zelfs over een vuilnisbelt. De refugio ligt helemaal aan de andere kant van Burgos in een park bij de campus van de universiteit. Burgos is best groot als je er helemaal doorheen moet lopen. Sommige pelgrims slaan het saaie stuk door Burgos over met de plaatselijke bus. Dat vind ik niet zoals het hoort. Als pelgrim wil ik alles lopend doen.
De refugio is gevestigd in houten chalets. Alle bedden zijn heel dicht tegen elkaar aangezet. Je kan je kont niet verroeren. Nu al zie ik pelgrims slapen. Zonde van de tijd.
’s Middags gaan we met zijn allen de stad in om de bezienswaardigheden te bekijken. De lucht is wat betrokken. De stad is wat stil rond dit uur omdat alle winkels hier ’s middags op slot gaan. Voor € 1 mogen we de kathedraal in. Wat een gebouw! We zijn er zo een paar uur zoet. Ook nog in een paar toeristenwinkels gekeken. Allemaal prullaria: belletjes in de vorm van een pelgrim, tegeltjes met de Jacobsschelp en een heleboel T-shirts met opschrift.

Puerta de Santa María in Burgos (copyright: Theo Wullings)
Om 18.30, terug in de refugio, bel ik met José. Dat duurt minstens een half uur. Ik ben erg blij als ik haar stem weer hoor. Dat sms-en is handig, maar niet zo goed voor je relatie. Andere pelgrims wachten op me en worden erg ongeduldig. Maar ja, laat ik nu voor één keer eens een beetje a-sociaal zijn.
Samen met Bert, Jaap, Ben, Theo en Françoise eet ik in Burgos ergens in een bar. Heel gezellig. Ik voel me nu meer een vakantieganger dan pelgrim. Om 20.30 uur naar bed. Alle ramen zitten potdicht. Het is warm, benauwd en pikkedonker. Ik slaap niet best. Als iemand een raam opendoet, doet een ander het weer dicht. Zo gaat dat in een refugio.