![]()

05-04-2004 (Chartres-Bonneval)
Vannacht heb ik lekker geslapen. Na het ontbijt vertrek ik om 8.15 uur. De sleutel van de refugio gooi ik in de brievenbus. Op aanraden van Frank volg ik de rivier de Eure. Ze voert me tot buiten de stad. Het eerste uur zijn mijn heupen stijf en pijnlijk. Misschien het gevolg van een dag rust? Gelukkig trekt dat na een tijdje vanzelf weer weg. Verder zijn mijn lippen opengebarsten en pijnlijk. Dat komt denk ik door de buitenlucht en de zon.
Het landschap is nu vrij saai en vlak. Maar het loopt heerlijk snel aan. Om 11.00 uur drink ik twee koppen koffie in een café. Rond 17.00 uur arriveer ik in Bonneval. Hier is volgens mijn informatie een camping. Gelukkig heb ik de bijgewerkte route van Riet en Sjaak gezien.
In het plaatselijke café vraag ik de weg. De eigenaar lijkt mij een Spanjaard want er hangen overal Spaanse posters en je kan er Spaans eten. Er lopen steeds klanten voor een korte tijd naar binnen die na hun werk even een borrel komen drinken.
Ik drink hier ook een koffie. Een gast in het café wil me wel de goede kant op brengen met zijn auto. Hij rijdt er toch langs als hij naar huis gaat. Na twee flinke borrels stapt hij in zijn auto. De camping ligt zo’n twee kilometer naar het zuidoosten. Een goedverzorgde nette camping naast het zwembad. Camping Du Bois de Chievre heet het. Er staan meer campinggasten in campers, dit is naar het schijnt een camping op een doorgaande route met veel mensen op doorreis. Een vrij jonge vent, een ‘Center Parcs’ type, schrijft me in. Hij vraagt me waar mijn fiets staat en met hoeveel personen ik ben. Het feit dat ik in mijn eentje ben zonder vervoer kost hem wat hoofdbrekens in verband met de te berekenen prijs. Het kost € 5,80.
Na het douchen, eten koken en afwassen loop ik naar de recreatieruimte van de camping. Die is dicht. Maar de beheerder doet de deur van het slot en ik mag er zitten tot 22.00 uur. Wat een luxe. Ik drink koffie uit mijn thermoskan en zet de tv aan. Het lukt me niet een weerbericht te vinden. Om 22.00 uur ga ik slapen.
![]()
06-04-2004 (Bonneval-Châteaudun)
Om 9.15 vertrek ik. Eerst moet ik teruglopen naar de stad. Daar sla ik wat boodschappen in. Ik ontbijt op een bankje bij de rivier de Loir in het ochtendzonnetje, midden in de stad. Al met al loop ik pas om 10.30 uur de stad uit richting Châteaudun. Vandaag een vrij korte etappe omdat de campings niet altijd op evenredige afstand van elkaar liggen. Het is een mooi gebied om te lopen langs de Loir (zonder ‘e’).

De Loir bij St. Christophe


De Loir
Bij St. Christophe is het werkelijk heel mooi lopen. De lucht dreigt met allerlei onheil, maar het blijft droog met een enkel spatje regen. Het vervelende is dat je wanneer het begint te spetteren je regenbroek moet aantrekken en de regenhoes om je rugzak moet doen. Dat is een hoop gedoe. Maar je kan je geen natgeregende spullen veroorloven. En als de bui dan uiteindelijk niet doorzet twijfel je steeds of je die zweterige regenbroek weer uit moet doen of niet. Uiteindelijk kom ik in Châteaudun. Daar loop ik langs de rivier langs een weg met allemaal grotten in de rotswand met deuren ervoor. Een soort garageboxen maar dan even anders. Bij Châteaudun staat een geweldig groot imposant kasteel aan de rivier. Je ziet het al van verre.
Ik weet niet precies waar de camping is. Aan de overkant van de rivier zie ik wel iets wat op een camping lijkt. De bordjes camping zeggen dat ik rechtdoor moet gaan. Er is een smal bruggetje naar een park aan de overkant, maar ik durf niet over te steken omdat ik niet zeker weet of je zo op de camping komen kan. Dus volg ik de bordjes maar.
Uiteindelijk leiden die bordjes me met een grote omweg toch naar de overkant van de rivier. Ze zijn allemaal afgestemd op autoverkeer en niet op wandelaars. Als ik het eerste bruggetje genomen had was ik drie kwartier eerder op de camping geweest.
De beheerder woont in een stacaravan op de camping. Het kost € 2,80. Vandaag heb ik € 13 uitgegeven in totaal. Er is ook een recreatiehok met televisie. De man belooft me dat ik daar vanavond mag zitten. Ik ben de enige gast op de hele camping. Op het menu staat Chili con carne van eigen brander. ’s Avonds af en toe een hoosbui. Vlak voor dat het donker wordt komen er nog meer gasten in campers. In de recreatieruimte kijk ik naar de wedstrijd Monaco tegen Real Madrid. Een kraker. Door de verlenging zit ik langer in de recreatieruimte dan de bedoeling was van de beheerder. Maar omdat het een spannende wedstrijd is strijkt hij voor één keer over zijn hart. Als ik maar wel het licht uit doe!

Kasteel bij Châteaudun
![]()
07-04-2004 (Châteaudun-Frèteval)
Om 6.00 uur opgestaan. Om 7.30 uur vertrokken. Eerst bakker opgezocht. Weer een schitterende route langs de rivier. Loop richting Cloyes. Daar een prachtig kasteel langs de rivier. In Cloyes heb ik gegeten in een restaurant in het centrum. Een menu van € 18. Dat viel tegen voor dat geld. Ik heb er wel een hele tijd gezellig gezeten.
’s Middags loop ik verder naar Morée. Even dreigt er een onweersbui los te barsten. Een loodgrijze lucht met weerlicht komt razendsnel achter me opzetten. Net als ik mijn regenkleding aan heb vallen er dikke druppels. Maar gelukkig barst hij niet echt los. Na een half uur is het weer droog.
In Merée staan er bordjes die je naar de camping leiden. Een half uur door de stad lopen. De camping is aan de rivier. Een groot terrein. Hij is jammer genoeg gesloten. De kranen zijn ook afgesloten, anders zou ik er gewoon één nachtje wild kunnen kamperen. Het zou toch een kleine moeite zijn om de tijd van het jaar waarin de camping geopend is te vermelden op de borden die je de weg wijzen naar de camping. Dat zou veel onnodig tijdverlies voorkomen. Veel mensen wandelen met hun hond langs de camping. Ik vraag één van die wandelaars of er verderop misschien een camping is.

Cloyes
Hij verwijst me naar Frèteval. Dat ligt aan de overkant van de rivier. De man probeert me uit te leggen hoe ik er komen moet. Hij heeft het over een brug en een drukke verkeersweg waar ik langs moet. Maar het valt nog niet mee. Ik zoek een hele tijd naar de goede weg. Na een half uur kom ik langs een kermis die ze net aan het neerzetten zijn in het dorp. Zie ik daar dezelfde man die me verteld had over de camping van Frèteval. Hij hoort bij de kermis. De man ziet mij ook. Hij loopt naar me toe en wijst me weer de goede richting. Nu ben ik eindelijk goed aangesloten.
Om 17.30 uur loop ik de camping van Frèteval op. De beheerster rijdt net weg in haar autootje. Ze stopt gelukkig als ze me ziet. Het is een zenuwachtig vrouwtje. Ze vraagt hoelang ik wil blijven en hoe laat ik morgen weer vertrek. Ze is helemaal opgelucht als ik voorstel direct te betalen. Haar administratie ligt in de achterbak. € 2,80 kost het.
De camping is eigenlijk een onderdeel van het plaatselijke park. Er staan bankjes en het ligt fraai aan de rivier met een ruïne ernaast. Terwijl ik mijn tentje opzet lopen er allerlei mensen hun hond uit te laten, scheuren er brommertjes heen en weer en wandelen er moeders met kinderwagen. De beheerster had gezegd dat de douches warm waren. Dus na het opzetten ging ik vol verwachting naar het toiletgebouwtje. Rondom waren er toiletten en afwasbakken. Er was maar één deur open. Ik stap naar binnen. Wat ik daar aantref is met geen pen te beschrijven! Een onvoorstelbare troep. Op letterlijk alle randen en richels staat rommel: een klein koffiezetapparaatje staat te pruttelen bij het enige stopcontact. Scheerspullen, potten en pannen, eten, verpakkingen. Aan de muren en over de deuren hangen overal kleren te drogen. Middenin de ruimte staat een verwilderd type in z’n ondergoed de was te doen en een potje eten te koken. De vloer is één modderpoel. Ik had ook al een tentje zien staan op het veld. Dit was dus een collegatrekker. De jongen kijkt mij verbaasd aan en mompelt iets van een excuus. Ik besluit me maar even discreet terug te trekken.
Na een uur zie ik mijn collega teruggaan naar zijn tentje. Ik doe een nieuwe douchepoging. De kampeerspullen zijn weg op wat drogende kleren na. De modder is gebleven. Het vereist heel wat handigheid en kunstgrepen om te douchen zonder al mijn kleren vies te maken. Maar het lukt. Wat ik me nu afvraag is of ik er even verwilderd uitzie als mijn collega even verderop op de camping. ’s Avonds durf ik niet even de stad in te gaan omdat de camping min of meer openbaar terrein is. Ik wil mijn spullen niet onbeheerd achterlaten. Het is balen dat mijn koffie op is. Vroeg naar bed.
’s Nachts is het heel helder. Ik moet er één keer uit om een toilet op te zoeken. Er staat een volle maan precies boven de ruïne. Onwezenlijk mooi.
08-04-2004 (Fréteval–Vendôme)
Om 7.00 uur sta ik op. Het is weer erg koud. De tent is nat. Ik loop eerst de stad in voor boodschappen. De supermarkt gaat pas om 8.30 uur open. Als ik binnenkom zet ik mijn rugzak bij een kassa neer. Dat vindt het personeel altijd fijn heb ik gemerkt. Ik koop voor
€ 20,62 aan boodschappen. Dat is twee keer ontbijt, twee keer middaglunch, één keer avondeten, nieuwe koffie en fruit voor vandaag. Ik probeer per dag altijd één sinaasappel en één appel te eten en ook vaak een komkommer voor de vitaminen.
Om 9.00 uur eindelijk onderweg. Een mooie route, het zonnetje schijnt. Stukken langs de Loir en door bossen. In Pezou ga ik een kopje koffie drinken en een stempel halen bij de mairie. Vlak voor Vendôme ligt Meslay. Ik besluit daar binnen te stappen in een café. Dan kan ik wat drinken, het is gewoon warm, en informeren naar een camping. De baas spreekt Engels. Hij ziet direct mijn jacobsschelp. Enthousiast begint hij te vertellen over zijn eigen reizen, ook naar Nederland. Er komen hier wel vaker pelgrims maar dan op de fiets vertelt hij. Ergens verderop langs de rivier heeft hij een grot gekocht. Daar wil hij een auberge voor pelgrims beginnen. Of ik dat niet door kan geven aan de dutch pilgrims office. Ik krijg nog een drankje aangeboden door een andere gast. Kortom het was best gezellig. Er is ook een camping in Vendôme. In het zuiden van de stad. Drie kilometer lopen.
Een prachtige camping bij het zwembad. Helaas is de camping dicht. Het personeel ter plekke, ik denk gemeentepersoneel, wil me ook niet toelaten als wildkampeerder zonder faciliteiten. Jammer.
Ik loop terug richting centrum. Wat een prachtig mooi stadje trouwens. Bij de plaatselijke VVV weten ze zo gauw geen goedkoop adres. Maar één van de vrouwen achter de balie heeft gehoord dat ze in de foyer de jeune wel eens pelgrims toelaten om te overnachten. Ze belt meteen voor me op. Het is geregeld. Voor € 12,50 inclusief ontbijt. Ik moet wel weer vier kilometer terug naar het noorden van de stad lopen, maar dat heb ik er wel voor over.
De foyer de jeune ligt in een nieuwbouwwijk met overwegend gekleurde mensen. Een soort Bijlmer maar dan Frans. Het is even vragen maar dan heb ik het gevonden. Het is geen jeugdherberg, maar een verblijf voor werkende jongeren van buiten de stad. Dat ik er als pelgrim in mag is puur liefdadigheid. Een keurige kamer met eigen douche en toilet.
’s Avonds ga ik Italiaans eten in de stad. Veel en lekker.
![]()
09-04-2004 (Vendôme - Château-Renault)
Rommelig geslapen. Ik had de hele nacht ruzie met de dekens. Om 6.30 uur, lekker vroeg, loop ik naar de eetzaal. De meeste jongeren hebben al gegeten. Er is keuze tussen een paar soorten broodjes en koeken. Voor de rest alleen een mandje met stokbrood en kleine dopjes jam. Koffie mag je wel voor de tweede keer intappen, jus d’orange niet. Een gewoon Frans ontbijt. Tekort dus voor een loper. Voor ik weg kan moet ik nog mijn sleutel inleveren in het kantoor van de leiding. Daar is het een drukte van belang. Er staan allemaal koffers voor de deur van vertrekkende mensen. Busjes voor de uitgang op de binnenplaats. Er staan een boel jongeren in het kantoor die allemaal apart worden toegesproken door de directeur. Het gaat over geld en hoeveel ze nog moeten betalen met de boekhouding erbij. Ik denk dat ze paasvakantie hebben. Om 7.30 uur kan ik eindelijk de directeur bedanken voor de gastvrijheid.

Chapelle St.- Jacques in Vendôme
Teruglopende door het centrum van Vendôme kom ik langs de Chapelle St.- Jacques. Ik vraag een mevrouw op straat om een foto van mij te nemen voor de kapel. Hoeveel pelgrims zullen hier vroeger langs zijn gekomen?
Het duurt zeker een uur voor ik de stad uit ben. Tot 13.30 uur kom ik bijna niemand tegen. Ook geen cafés. Ik loop wel lekker. Na dertig kilometer kom ik aan in Château-Renault. Het is een klein plaatsje met een heel steile klim naar het centrum. Best wel een toeristische plek. Veel restaurantjes en drukke winkelstraten. Beneden aan het begin van de stad is het zwembad met een hele ruime groene camping. Ik bel aan bij de woning van de beheerder. Die is er zelf niet in, een heel klein meisje doet open. De camping is fermée. Ik wandel verder het centrum in, op zoek naar een Chambre d’Hôte (B&B). Bij navraag in een restaurant boven in de stad vind ik een Chambre d’Hôte. Het is een oud pand beneden het centrum. Ik zie een aantal heel verschillende kamers verbonden met een galerij en trap via een binnenplaats. Onderaan de trap is een deur met een bel. Ik bel aan maar ik hoor of zie geen teken van leven. Ik vraag in een bar er vlak naast of de beheerder weg is. De man in de bar denkt dat de vrouw die de tent runt over een uurtje wel terug is. Ik besluit te wachten en drink een koffie. Na een uur is er nog steeds geen leven. Ik loop ook weer terug naar de camping. Daar wordt open gedaan door de vader van het kleine meisje. Hij is niet te vermurwen. Dan vraag ik een passerend stel of die iets weten, maar zij raden me aan een kamer te nemen in het volgens hen goedkoopste hotel de Lion d’Or. In verband met Pasen zit alles dicht zeggen ze.
Uiteindelijk ben ik gedwongen een kamer te nemen in dat hotelletje. € 56 inclusief diner en ontbijt. Ik maak er maar het beste van maar dit moet niet te vaak gebeuren in verband met mijn budget. Ik besluit morgen de jeugdherberg in Tours te bellen, mijn volgende stop, om zeker te zijn van een slaapplek. Met Pasen ligt alles plat, het is beter geen risico te nemen en het er op aan te laten komen.
Het hotel is eenvoudig maar degelijk. Lekkere douche en bed en heerlijk diner.
10-04-2004
(Château-Renault – Tours)
Om 6.15 uur opgestaan. Het bed was lekker maar door spierpijn heb ik steeds niet meer dan hazeslaapjes gedaan. Ik had met het personeel afgesproken om 7.00 uur te ontbijten. Dat was keurig geregeld en er was brood genoeg.
Om 7.45 vertrokken. Eerst geld pinnen in het centrum. Ik heb nu deze steile klim naar het centrum zo’n acht keer gedaan. Dan langs de bakker. Vandaag wil ik naar Tours lopen. Dat is voor mij weer een mijlpaal. Na de Seine nu de Loire.
Het is nog wel zo’n 40 kilometer lopen. Op mijn kaart probeer ik uit te vinden hoe ik het best de stad uit kan komen. Het nadeel van een kaart met de schaal 1 op 200.000 blijkt nu. Ik loop eerst grandioos mis. Pas om 8.30 uur zit ik op de goede weg. Als ik het goede wegnummer maar heb loopt het vrij makkelijk. Het weer is prachtig. De omgeving ook. Ik loop eerst door een rivierdal en landerijen, echt het land waar het leven goed is. Rond 10.00 uur bel ik de jeugdherberg op met mijn mobiel. Ik heb een zinnetje ingestudeerd in het Frans. Maar gelukkig spreekt de telefoniste ook Engels. Een slaapplaats is zo geregeld. Dan langzaam kom ik in de ‘Val de Loire’. Voor het eerst een wijngebied. Allemaal Vouvraywijnen.
Bij Chançay wordt het heel moeilijk de te volgen weg te bepalen. Het is een soort doolhof van weggetjes langs wijngaarden, proeverijen en wijnhuizen. Op het laatst besluit ik maar op de zon rechtstreeks naar het zuiden te lopen naar de Loire en daar langs de rivier naar Tours te lopen. De N152 is vreselijk druk. Eigenlijk is er geen ruimte voor een wandelaar. Ik kom steeds bushaltes tegen met kaartjes van de halteplaatsen. Daaruit kan ik afleiden waar ik ongeveer zit. Langs deze weg zijn heel veel dure restaurants, geen plaatsen om met een rugzak binnen te lopen.
Om 17.30 uur loop ik het centrum van Tours in over de eerste brug vanuit het oosten gezien waar je als wandelaar kan lopen. Het is nog oppassen niet op de snelweg verzeild te raken. De jeugherberg is volgens mijn documentatie aan de Rue Bretonneau. Ik loop eerst naar het station. Daar is een heel luxe stadsplattegrond waar je de naam kan intypen op een computer en vervolgens zie je de route met kleine lampjes op de kaart aangegeven. De jeugdherberg ligt natuurlijk helemaal aan de andere kant van het centrum. Het voordeel is dat ik gelijk het hele centrum zie. Hele mooie winkelstraten, een beetje net als Parijs.
De jeugdherberg is een flatgebouw van vier verdiepingen naast de universiteit en dicht bij het oude historische centrum. Je komt er niet in zonder magneetkaart. Gelukkig is er volk genoeg binnen. Aan de balie vraag ik gelijk of ik voor drie nachten kan boeken. Voor € 50,80 ben ik onderdak inclusief ontbijt. Het gebouw zit afgeladen vol met jongeren en gasten van allerlei nationaliteiten. Met Pasen ligt Frankrijk plat en nu kan ik tenminste ergens slapen. Eerst zet ik mijn spullen op mijn kamer. Daarna doe ik boodschappen voor twee dagen. Op de gang is een kleine keuken om zelf te koken, daar ga ik gebruik van maken. In de straat is ook nog een wasserette, dat komt mooi uit.
Zicht op de Loire bij Tours vanaf de brug

Tours
Na het boodschappen doen ga ik eerst douchen en hang ik mijn tentje uit in mijn kamer. Mijn tent heeft inmiddels twee dagen nat in de rugzak gezeten.
Dan het koken. Op iedere verdieping is er een kleine keuken. Bij het opendoen van de deur is mijn eerste gedachte: misschien is het beter op mijn brandertje te koken op het balkonnetje naast mijn kamer. Wat maken ze er een vieze puinhoop van zeg! Overal onafgewassen pannen en borden. De hele aanrecht vol achtergelaten etenswaren in alle vormen van ontbinding. Maar ik heb er toch mijn maaltijd klaargemaakt met mijn eigen pannetjes en bestek.
Op de tweede verdieping is een tv-zaal. Daar ben ik met zelfgemaakte koffie gaan uitzakken tot ik naar bed ging.
11-04-2004
(Tours rustdag – eerste paasdag)
Om 7.15 ontbeten. Er is niet veel te doen in de ontbijtzaal op de derde verdieping. Af en toe komt er iemand of een groepje om te ontbijten. Een mevrouw zit naast de tafel met brood en andere spullen om je bonnetje in ontvangst te nemen en om te kijken of je niet teveel pakt. Je mag een kom Franse koffie of chocolademelk, één glas jus d’orange, twee broodjes, 2 jam, 2 boter en een bakje appelmoes of yoghurt.
‘s Morgens de was gedaan in de wasserette. Er was nog één andere persoon in de wasserette, een student die met een pocketboek in de hand zonder te kijken tachtig keer de droger open en dicht doet of zijn was al droog is.
Vlakbij de herberg is een Tabac geopend. Daar heb ik een telefoonkaart gekocht voor € 15 om in de telefooncel van de jeugdherberg te bellen naar José. Daarna ben ik een brief gaan schrijven in de tv-zaal naar de Zuidwester.
Ik heb nog een wandeling gemaakt langs de Loire en door het centrum. Voor de rest niet veel meer gedaan dan eten en drinken.
’s Middags gaat het brandalarm af. Wat nu? Ik loop toch maar naar beneden om te kijken wat er loos is. Moet ik mijn spullen snel gaan pakken of niet? De bel gaat 15 minuten. Behalve ikzelf reageren er niet veel mensen op het alarm. Dan komt er een grote neger naar beneden hollen. Hij roept en gebaart dat er niets aan de hand is. Hij heeft iets aan laten branden in de keuken. Het alarm stopt vanzelf weer. De stank op de gang boven is niet te harden. De rest van de dag heb ik me een beetje lopen te vervelen.
12-04-2004
(Tours rustdag – tweede paasdag)
Goed geslapen. Na het ontbijt ga ik weer een wandeling door de stad maken. Er zijn nog heel wat oude straatjes en panden te zien. Maar je kan nu een kogel afschieten in de stad. Niemand te zien behalve een paar zwervers. Ik ben ook nog in de kathedraal St.-Gatien en in de
St. Julien geweest. Ook weer heel mooie gebrandschilderde ramen met voorstellingen van Sint Maarten.
In een apotheek, die toevallig geopend is laat ik mijn gehavende lippen zien. Ik krijg een lippenbalsem met UV-filter en daarnaast koop ik een tube zonnebrandcrème. Door het steeds buiten lopen en kamperen heb ik een bruine kop en mijn lippen zijn helemaal stuk en gebarsten.
Terug in de herberg plan ik mijn route alvast voor morgen. In de tv-zaal zitten wel mensen maar ze zijn weinig toeschietelijk. Ik ga maar vroeg naar bed.
![]()
13-04-2004 (Tours - Ste. Catherine-de-Fierbois)
Weer om 7.15 uur ontbeten. Gisteren heb ik gezien hoe laat het postkantoor open gaat. Dus om 8.00 uur eerst naar het postkantoor om de brief voor de Zuidwester in de bus te doen. Het duurt tot 10.30 voor ik Tours uit ben. Ik ben deze keer geen enkele keer misgelopen. In Veigné aan de Indre drink ik koffie. Een heel mooi stadje. Daarna is het tot Ste. Catherine-de-Fierbois een saaie boel. Aan de rand van het dorpje passeert een Vlaamse pelgrim op de fiets mij. Hij is vijfenzeventig jaar oud. Na een kort gesprek fietst hij weer verder.
In het dorpje is een kleine supermarkt. Daar doe ik mijn boodschappen. De winkeljuffrouw weet dat de camping dicht is. Maar ze kent een mevrouw die wel eens vaker pelgrims onderdak biedt.
Op aanwijzing van de winkeljuffrouw loop ik het dorpje uit. Daar kom ik in de bocht van een landweggetje bij een stenen poort uit. Daarachter ligt een groot park met een kasteeltje. Daar woont de mevrouw die wel eens pelgrims ontvangt volgens mijn informante. Als ik het erf naast het kasteel oploop komt er een klein keffertje blaffend naar buiten gehold. Het kasteeltje heeft twee vleugels. De ene vleugel bestaat uit stallen met een grote openstaande deur waar het hondje vandaan kwam en de vleugel aan de rechterkant is het woongedeelte met een oude verveloze deur. Door de ramen kun je hele oude deftige meubels zien staan in een soort salon. Naast de deur hangt een bel, meer een klok, met een trektouw. Wat heb ik te verliezen? Ik trek er eens flink aan. Het geluid moet tot in het dorp te horen zijn. Niemand doet open. De deur is wel los. Ik loop langzaam om het kasteel, maar er is niemand thuis. Ondertussen blijft het keffertje om mijn benen draaien en vervaarlijk grommen, hij bijt niet. Na een kwartier besluit ik maar weer verder te gaan. Een tegenvaller. Ik vul wel twee lege PET-flessen die ik altijd bij me heb met water uit de buitenkraan naast de deur.
Even verderop ligt de camping die dicht is. Ik sjouw de volle flessen mee in mijn armen voor mijn borst geklemd. Misschien kan ik toch mijn tentje neerzetten op de camping twee kilometer verderop hoop ik. De camping is heel groot. Er vinden allerlei bouwactiviteiten plaats. Je kan er zo oplopen. Maar ik durf niet zomaar mijn tentje neer te zetten. Dan komt er een grote auto het terrein oprijden. Er stapt een meneer uit die zo te zien de bouw komt inspecteren. Ik loop naar hem toe en vraag om een kampeerplekje. De man monstert mij zo’n beetje en zegt dat ik mijn tentje wel bij de ingang op een strookje gras naast de slagboom mag zetten. Buiten de camping maar best wel geschikt om te kamperen. Er staat ook nog een heg die me een beetje beschutting biedt tegen de wind. Camping sauvage.
Koken gaat best. Er ligt ook nog een grote steen om op te zitten. ’s Avonds zit ik in de zon mijn koffie te drinken. Af en toe rijdt er een boer langs op zijn trekker. Ze groeten vriendelijk.
Voor de zon helemaal ondergaat kruip ik mijn tentje.
14-04-2004 (Ste. Catherine-de-Fierbois –
Dangé-St. Romain)
Ik heb goed geslapen en ben door niemand gestoord. Scheren doe ik met water in mijn drinkbekertje. Mijn sokken heb ik niet kunnen wassen zonder emmer of bak. Ik pak mijn tentje weer nat van de dauw in. Na drie kwartier lopen om een beetje warm te worden ga ik ontbijten naast de weg. Ik zit op een stuk rioolpijp.
Ste. Maure-de-Touraine is de eerste grotere plaats. Daar drink ik een kopje koffie en haal een stempel. Ik probeer aan de weet te komen of er op mijn route richting Poitiers nog campings open zijn. Ze kunnen me niet aan informatie helpen.
Na Nouâtre een hele mooie wandeling langs de Vienne. Tegen 17.00 uur loop ik Dangé binnen. De camping is dicht. Ik besluit eens naar de kerk te lopen in het centrum. De deur staat open en ik zag net daarvoor een jongerenkoor naar buiten komen die de bus in gingen voor de kerk op het plein. In de kerk zoek ik de pastoor. Ik kan hem nergens vinden, hij is zeker mee gegaan in de bus. Jammer, ik dacht misschien kan de pastoor mij aan onderdak helpen. Vastbesloten me niet druk te maken om onderdak besluit ik om weer wild te gaan kamperen. Even buiten de stad is een grote supermarkt. Daar koop ik twee flessen water. Daarmee gewapend ga ik buiten het stadje op zoek naar een plekje. Twee kilometer verderop richting Ingrandes ben ik lam van het sjouwen met water. Ik zet mijn tentje achter een aarden wal en wat bomen in een weiland tussen de koeienvlaaien. Daarna maak ik vlug eten en koffie. Het begint al routine te worden. Ik heb ook nog gekeken naar boerderijen. Maar de boerderijen liggen allemaal een stuk van de weg af. Te ver om even toestemming aan een boer te vragen. Bovendien hebben de boeren allemaal grote honden. Ik denk dat de boer mijn aanwezigheid niet erg vindt. Bij het uitpakken van mijn rugzak zie ik dat mijn rechter schouderband voor éénvijfde deel is ingescheurd, precies op de naad van de aanhechting met het frame. Deze ontdekking geeft me nachtmerries. Hoelang houdt hij het nog? En waar moet ik hem laten repareren als het afscheurt.
![]()
Ik sta om 6.50 op. Het is heel koud. De rijp op de tent is bevroren. Dat betekent weer verknoffelde handen bij het inpakken. Het weiland is erg zacht. Dus het schoonmaken van de onderkant van de tent duurt ook langer. Dat doe ik met een geel weggooidoekje. Dat doekje gooi ik trouwens niet weg maar dat zit onder in mijn vuilniszak met proviand. Ik trek ook schoon ondergoed aan en schone sokken. Dat kan nu omdat ik weet dat ik over twee dagen in Poiters aankom. Ik plakte zo langzamerhand aan de tent vast.
Om 8.00 uur eet ik in het park op een bankje in Ingrandes. Daarna stap ik de Tabac in om koffie te drinken en echt warm te worden. Om 11.30 uur loop ik Châtellerault binnen en het is heerlijk zonnig weer. Ik kan mijn jas uit doen. In het centrum eet ik mijn brood op langs de weg in een park. Even verderop ga ik heerlijk op een terras zitten buiten in de zon met een biertje. Dat kan er wel af na twee nachten camping sauvage.
Daarna richting St. Cyr door een heel mooi heuvelachtig landschap met veel bossen langs een meanderende rivier de Clain. Vlak voor St. Cyr moet ik langs en over een golfterrein en dan zie ik het stadje beneden me liggen aan een meer in de zon. Als ik wat beter kijk zie ik ook een grote camping aan datzelfde meer. Ik loop de heuvel af. De camping is open en er is bovendien ook nog een dame aan de balie bij de receptie die nederlands spreekt. Het kan niet op. Er is een kantine en een winkeltje, net echt.
Ik zet mijn tentje naast een caravan met een Vlaams gezin. ’s Avonds zit ik aan het meer in de ondergaande zon. Ik voel me rijk. Mijn schouderband heeft het gehouden. Wel til ik mijn rugzak niet meer aan de banden op. Mijn schoenen beginnen nu echt schuin af te slijten. Wanneer zou ik die moeten vervangen, ik hoop dat ze het houden tot Bordeaux.
16-04-2004
(St. Cyr – Poitiers)
Al om 6.00 uur wakker, maar ik kan pas inpakken om 7.00 uur want het is nog te donker. Om 8.00 uur vertrek ik richting Poitiers. Weer prachtig weer. Al bij Dissay lijkt het alsof ik in een andere wereld kom. De huizen worden nu echt Zuid-Europees. Een heel andere bouwstijl. Ook het landschap verschilt. Ik zie uit het land oprijzende hoogtes.
Dissay is trouwens een sprookjestadje. Je komt met een kronkelige weg naar beneden lopend richting rivier door het stadje. Een kasteel van Disney omringd door daken met rode dakpannen. Hele smalle straatjes die steil aflopen. Beneden naast het kasteel is een drukke markt met levensmiddelen. Daar drink ik koffie en sla wat boodschappen in.
Na St. Georges wordt de route saai. Een drukke stoffige weg. Overal borden met Futuroscope. Dat ligt vlakbij Poitiers. Even buiten de stad vraag ik een man om een foto van me te maken naast het plaatsnaambord Poitiers. Deze man is een zonderling type, meer een zwerver. Hij heeft zijn spullen in een boodschappenkarretje en trekt dat achter zich aan. Hij is Engels en is al eens in Santiago geweest vertelt hij. Waar hij heen gaat weet hij niet precies, in ieder geval naar het noorden. Ik wens hem het beste en loop Poitiers in. De entree valt tegen. Rommelig. Niet de allure van Tours. Ik moet de hele stad door naar het Zuidwesten, want daar staat de jeugdherberg, wel zo’n vijf kilometer lopen nog. Bij het station ga ik op een terras eerst een kopje koffie drinken.
Grappig vind ik dat twee Nederlanders op zakenreis naast me gaan zitten en honderduit praten zonder dat ze weten dat ze naast een Nederlander zitten. De route naar de herberg is met borden goed aangegeven. Ik loop langs de oude vestingmuur door parken richting nieuwbouwwijk waar de herberg staat.

Dissay

Bij de jeugdherberg moet ik nog een half uur wachten tot hij open gaat om 17.00 uur. Behalve ik zijn er nog een heleboel andere wachtende mensen. Het zijn een beetje twijfelachtige types. Een aantal is flink dronken, er omheen loopt een zenuwachtige vrouw die ze voortdurend maant dat ze rustig moeten blijven onderwijl paffend aan de ene na de andere sigaret.
Eenmaal binnen krijg ik een kamer. Deze keer met een Fransman samen. Dat is even wennen. Tot nu toe sliep ik steeds alleen. Drie nachten blijf ik hier voor € 40. Eerst de rugzak dumpen en dan eten inslaan in de super om de hoek. Ik zie nergens een wasserette. Morgen ga ik naar het centrum. Misschien vind ik daar wat.

Notre-Dame-la-Grande in Poitiers
De Fransman met wie ik de kamer deel is 32 jaar oud en heet Thierry. Een aardige vent met wie ik de hele avond aan de praat ben over van alles en nog wat. Hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij zwerft de hele wereld rond en werkt als hij geld nodig heeft. We spreken Engels. Thierry komt oorspronkelijk uit een dorpje ergens bij de Pyreneeën. Hij is op weg naar Bretagne, daar wil hij de zomer doorbrengen. Hij heeft een rugzak met een tentje. Al liftend verplaatst hij zich door het land. Lopen doet hij liefst zo weinig mogelijk. Slapen doet hij waar het uitkomt. Thierry wil voor hij oud wordt wat gezien en meegemaakt hebben. Hij leeft heel gezond. Hij kookt vegetarisch. Thierry heeft niemand nodig en wil niemand tot last zijn.
17-04-2004
(Poitiers rustdag)
Goed geslapen. Om 7.45 ontbijt. Er is een soort wasserette naast de supermarkt. Ze doen daar de was en strijken wasgoed tegen een vergoeding. Ze verkopen ook naaibenodigdheden en dergelijke.

Op het terras in Poitiers
In de wasserette word ik op een stoel geïnstalleerd door de dames die daar werken. Ze bieden me koffie aan en willen alles weten over mijn pelgrimsreis. Ik laat ze mijn foto zien van mijn gezin. De dames zijn verrukt. We spreken Frans vermengd met Engelse woorden. Ik zit daar prima. Ze komen uit Noord-Afrika. We hebben het over de scholen in Frankrijk, Nederland en Algerije. Na een uur is mijn was klaar, gewassen en droog. We nemen hartelijk afscheid. Daarna ga ik de toerist spelen in Poitiers. Een beetje rondgeslenterd door de binnenstad. Een hele mooie kathedraal. Bij de VVV is er een tentoonstelling over de stad. De geschiedenis en de moderne tijd. Ik zoek ook nog een terrasje op om de boel eens uitgebreid te observeren. Een gezellige drukte. Om 15.00 uur ben ik uitgekeken. Ik loop terug naar de jeugdherberg.
Zelf gekookt. Het is hier een stuk schoner in de keuken. De tv-zaal is drukbezet met grote groepen jongeren die onder begeleiding Poitiers bezichtigen en naar Futuroscope gaan. Weer gekeken naar Frans voetbal. Inmiddels weet ik waar en hoe laat het weerbericht komt, dat heb ik van Thierry geleerd.
Het wordt slecht weer de komende dagen. Om 23.00 uur ga ik pas naar bed.
18-04-2004
(Poitiers – rustdag)
Ik heb erg onrustig geslapen. Thierry zegt dat ik snurk. Ik heb de hele nacht gedroomd dat ik rondliep op zoek naar een slaapplek. Ik heb al gezien op de kaart dat er weinig campings zijn en dat ik waarschijnlijk wel weer wild moet kamperen. Vandaar die nachtelijke onrust denk ik.
’s Ochtends lekker ontbeten met Thierry. Hij vindt deze wereld te druk met tv, geld en werk. We hebben het over al die bomaanslagen en de problematiek met allochtonen in de Franse steden. Af en toe moet je los komen van al die hectiek vindt Thierry. Hij vertelt dat hij heeft geleerd voor de horeca op school. Maar die school heeft hij niet helemaal afgemaakt.
Vanaf 11.00 uur zit ik weer alleen op de kamer want Thierry heeft de beheerder gevraagd of hij in een vrijgekomen kamer mag. Misschien heeft mijn gesnurk hier iets mee te maken? Hij zegt van niet.
Het regent en waait de hele dag. Ik zit me prettig te vervelen in de herberg. Maar uitgerust ben ik wel.